Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VII. Verhouding van Staat en Kerk.

Na in de vorige hoofdstukken Groen's ineening over dit vraagstuk in verband met enkele speciale onderwerpen te hebben vermeld, stel ik mij thans voor nog te bespreken, welke verhouding Groen in het algemeen tusschen den Staat en de Kerk begeerde. Nog zijn er enkele onderwerpen, sommige van meer, andere van minder gewicht, b.v. de Zondag, de diplomatieke vertegenwoordiging bij en vanwege den Paus, en de Zending, waarover Groen zich heeft uitgelaten, maar ter kenschetsing van zijn standpunt is het vorenstaande voldoende.

Om Grof.n's beschouwing in dezen wel te verstaan, dienen wij eerst kennis te nemen van het uitgangspunt van zijn staatsrecht, door te letten op hetgeen hij zelf de kern zijner politiek ') noemde. Vervolgens gaan wij na. wat voor hem de Staat was, en wat hij onder de Kerk. Christendom en Godsdienst verstond. Eindelijk zien wij, wat hij met vereeniging van Staat en Kerk bedoelde, en waarom hij de scheiding niet slechts aanvaardde, maar zelfs aanbeval.

'j I'ari.em. Stitd. en Schets., III. hl. 195.

Sluiten