Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vasthouding aan den naam, voor liet Christendom de gevaarlijkste vijandin"1) dreigde te worden.

Deze oordeelvellingen verhinderden Groen echter niet, om een open oog te hebben voor de historische en grondwettige rechten van alle gezindheden. Het spreekt daarbij vanzelf, dat zijne geloofsovertuiging zich verzette tegen tle opvatting, dat de Staat zich voor de vervulling van zijne taak evengoed mocht richten naar de voorschriften eener andere religie, b.v. die des ongeloofs, als naar die van het Christendom.

Wanneer wij thans nagaan, welke betrekking Groen tusschen Staat en Kerk begeerde, hebben wij het antwoord te geven op deze vraag: wenschte (ïroen de vereeniging of de scheiding? Daarbij hebben wij dan tevens de gelegenheid op te merken, ol' hij in den loop der jaren inderdaad van gedachten is veranderd, gelijk vaak beweerd en zelfs vrij algemeen aangenomen wordt.

( iROen wenschte geen vereeniging van Kerk en Staat, en evenmin scheiding, en toch noemde hij de eerste -het hciiinsel'. dat hij nimmer prijs gat', en prees hij de laatste aan. Het is duidelijk, dat deze paradox slechts is op te lossen, door aan te geven, wat hij onder „vereeniging" en .scheiding" verstond. '-)

Er was vereeniging van Kerk en Staat b.v. ten tijde

'I Nei>. Gkd. III, bl. 232.

'I Het is opmerkelijk, dat Dr. Brouwer, op cit. ld. 172 bovenaan, ook over i>k i,a Saussaye zegt, dat de door hein gebruikte uitdrukking „scheiding van Kerk en Staat .... gemakkelijk aanleiding geeft tot misverstand."

Sluiten