Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

recht, bijna als een plicht, voor don Staat om godsdienstloos te zijn.

De Overheid moet zooveel mogelijk aller conscientie eerbiedigen en de vrijheid en gelijkheid van alle kerken handhaven. Wanneer zij daarbij acht geeft op hetgeen er op geestelijk gebied leeft onder het volk, zal geen verwijt van partijdigheid over de wijze, waarop zij hare taak vervult, haar kunnen treffen. Eeiie wet, waarhij de Zondag als rustdag wordt erkend, zal b.v. geen enkele gezindheid kunnen ergeren of hinderen, daar er geen geloofsbelijdenis of kerkleer is, waarbij het rusten op dien dag verboden of alle openbare arbeid voorgeschreven wordt. Daarentegen zou zulk eene wet overeenkomen met de heerschende volksovertuiging.

Door alle godsdiensten gelijk te behandelen zal het steeds meer blijken, dat de Slaat, reeds vóórdat hij zich ;uui Gods heerschappij heeft onderworpen, toch medewerkt tot verbreiding van den waren Godsdienst. Het is niet te verwachten, dat er kerken zullen zijn, die deze volkomen gelijkheid zullen afkeuren. De kerk toch, die er openlijk voor zou uitkomen, zonder speciale staatshulp niet te kunnen slagen, zou daardoor toonen, dat zij zelve weinig vertrouwen had in de door haar beleden beginselen.

Hij deze verhouding laat de Staat zijn recht van toezicht niet varen en blijven de kerken rekenen op de bescherming, haar door de Grondwet verzekerd. Dat toezicht ontaarde evenwel niet in een jus iv sitcni. en die bescherming worde door geen kerk uitgelegd als een plicht haar ten koste van de andere te bevoordeelen.

Op deze wijze opgevat zal de scheiding Staat en Kerk

Sluiten