Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Alfenus biedt een voorbeeld:

L. 52 § 1 D. 9. 2. Tabernarius in semita noctu supra lapidem lucernam posuerat, quidem praeteriens sustulerat, tabernarius eum consecutus lucernam reposcebat, et fugientom retinebat; ille flagello in quo dolon inerat verberare tabernarium coeperat, ut se mitteret; ex eo majore rixa factu j tabernarius ei, qui lucernam sustulerat. oculum effoderat; consulebat num damnum injuria videtur dedisse; quoniam prior flagello percussus esset? Respondi nisi data opera eflbdisset oculum non videri damnum injuria fecisse; culpam enim penes eum, qui prior flagello percussit, residere.

Pernice ') rekent deze plaats onder onze kwestie; ik meen ten onrechte. Waarom wordt de winkelier niet aansprakelijk gesteld? Omdat het toebrengen van het letsel niet onrechtmatig was, daar de daad begaan werd ter noodzakelijke verdediging van zijn lijf, al moge hier wellicht overschrijding van noodweer plaats gevonden hebben. De winkelier is dus a priori niet aansprakelijk. Men kan hier niet zeggen, dat de handeling van den benadeelde de aansprakelijkheid van de andere partij opheft.

\ erder dient men wel van onze kwestie te scheiden gevallen, waarin de benadeeler wel een onrechtmatige daad beging, doch het vereischte voor de aansprakelijkheid, de schuld, ontbrak.

Ulpianus verkondigt:

L. 9. § \ D. 9. 2. Sed si per lusum jaculantibus servus fuerit occisus Aquiliae locus est. Sed si cum alii in

') Zur Lelire von den Sachbeschiidigungen, blz. 63. Bij Bekker vindt men dit fragment als een geval van delictoruni compensatio vermeld, waarover later.

Sluiten