Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uiteengezet in een rapport over de armenwet, uitgebracht in 1817 : De arbeid moest worden beloond naar gelang van de behoeften, de concurrentie worden afgeschaft, de ruilwaarde der goederen bepaald naar hun sociale waarde. In dit rapport geeft hij ook eene beschrijving van zijn arbeiderscolonies. In plaats van privaat-eigendom wilde hij een communistisch grondbezit. In 1820 verscheen van hem een tweede, dergelijk rapport.

Owen zocht voor zijn plannen steun bij de regeering en de aanzienlijken, meende dat dit de weg was om practische verbeteringen te kunnen invoeren. In den aanvang ondervond hij wel sympathie, maar groot is zijn invloed op de hoogere kringen toch niet geweest, vooral ook door den strijd, dien hij tegen de kerk voerde, moest die sympathie verminderen; hij veranderde dan ook spoedig van inzicht en kwam met zijn coöperatieve plannen direct bij het volk.

Men kan de coöperatieve beweging in Engeland indeelen in drie tijdperken:

I. vóór 1820; II. 1820—1844; III. na 1844.

Mrs. Webb—Potter in haar boek „The Co-operative Movement in Great Britain" verhaalt van die eerste coöperatieve vereenigingen uit den tijd vóór 1820, dat het meestal waren, molens en broodbakkerijen, vereenigingen van verbruikers onder de

Sluiten