Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het is mij een behoefte, aan U, Edelgrootachtbare heeren Curatoren der Leidsche Universiteit, alsmede aan U, Hooggeleerde heeren Leden van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, mijn hartelijken dank te betuigen voor wat Gij, in zoo menig opzicht, tot mijn vorming hebt bijgedragen.

Bij een gebeurtenis als deze, die een levenstijdperk afsluit, toeft de herinnering gaarne bij hm, die den iceg voor onzen voet hebben geëffend. In dankbare genegenheid gedenk ik allen, jegens wie ik verplichtingen heb. Zij weten, dat thans mijn gedachten bij hen zijn.

B.

's-Gravenhage, Dec. 1905.

Sluiten