Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

enz. Artikel 232 schijnt het bedoelde onderscheid tot uitgangspunt te nemen, blijkens den aanhef, luidende: „Het Be„stuur over de Bezittingen in As ia, inidsgaders over de Coloniên „in Amerika en de Bezittingen op de Kust van Guinea, zal „worden opgedragen aan twee onderscheiden Raaden" enz. Doch artikel 233 komt dien indruk weer verstoren, door de mededeeling, dat de republiek ook in Amerika bezittingen heeft: „De Raad der Asiatische bezittingen en Etablissementen „zal uit negen, en die der Amerikaansche Coloniên en Bezittingen uit vijf Leden bestaan." Artikel 239 spreekt weer uitsluitend van „Coloniên", evenals artikel 244 onder die benaming klaarblijkelijk ook Nederlandsch-Indië begrijpende.

Zoo iets blijkt uit deze wankelende terminologie, dan voorzeker wel dit: dat „Colonie" en „Bezitting" woorden zijn van één beteekenis; dat de Staatsregeling van 1798, had zij werkelijk met deze woorden verschillende begrippen willen aanduiden en een verschillende verhouding tot het moederland daarmede willen vestigen, zich consequent had moeten houden aan „Coloniên voor West-Indië en „Bezittingen" voor OostIndië. Uit de slordigheden eener Staatsregeling de beslissing van onze rechtsvraag destilleeren is niets anders, dan aan haar willekeurige zegswijze nieuwe willekeur toevoegen.

Het met artikel 98 der Staatsregeling van 1798 correspondeerende artikel 47 der Staatsregeling van i801 bepaalt: „Er „zullen twee afzonderlyke Raden van Bestuur zyn, over den Oost„en West-Indischen Handel en Bezittingen der Republiek" enz. Het blijkt niet, dat met deze „Bezittingen" iets anders bedoeld is dan met de „Bezittingen en Coloniên" van artikel 98. Artikel 48 der Staatsregeling van 1801 handelt over „het inwendig Bestuur en de Wetten voor de Coloniên."

In de Constitutie van 1806 wordt het woord „koloniën" doorgaans gebruikt in dien zin, dat het ook Oost-Indië omvat. (Zie de artikelen 12, 30, 3(3).

De Grondwet van 1815 schrijft in haar artikel 8 voor, dat men, om lid van de Staten-Generaal te worden, geboren moet zijn binnen „het Rijk of deszelts buitenlandsche bezittingen.'" In artikel 60 wordt den Koning bij uitsluiting het opperbestuur

') Zie voorts de artikelen 240, 241, 242, 243 en het opschrift van de derde § van „Titul" VII.

Sluiten