Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

inconsequentiën, die reeds om dit haar karakter ons oordeel niet mogen leiden, terwijl haar problematische waarde, zoo mogelijk, nog daalt, wanneer men bedenkt, dat, zonder meer, daarin een opzettelijke, incidenteele afwijking van eenmaal aanvaarde groote beginselen niet kan en niet mag worden gezien.

Staat het mitsdien bij mij vast, dat in deze van de historische methode alleen het verlangde licht is te wachten, zoo blijft nog de vraag over, tot welke bronnen wij ons te wenden hebben met kans van slagen.

Het antwoord is niet moeilijk: om een juist beeld te verkrijgen van de wording van het hedendaagsche recht of een deel daarvan, moet men gaan tot de bronnen, waarin dat recht in vroeger en later tijd tot heden zijn evolutie heeft doorgemaakt.

Ten einde het historisch uitgangspunt van ons vraagstuk te vinden, behoeven wij niet verder terug te gaan dan tot den ondergang van de oude Republiek. Vóór dien tijd immers waren de koloniën van de Republiek der Vereenigde Nederlanden overgeleverd aan semi-publiekrechtelijke handelslichamen, compagnieën, welke vermogensrechtelijk een van het moederland geheel gescheiden bestaan leidden. In die dagen was het luce clarius, dat het beginsel van scheiding de verhouding tusschen ^ de Republiek en de koloniën dicteerde. De revolutie van 1795, die den statenbond tot eenheidstaat versmeedde, moest noodzakelijk den te lossen band, waarmee de koloniën aan het moederland tot dusver gehecht waren, door een steviger bindmiddel vervangen: zij werden in rechtstreeksch beheer genomen.

Juist omdat de revolutie in de bedoelde verhouding zulk een radicale verandering heeft gebracht, is het logisch geboden en historisch verdedigbaar, ons onderzoek aan te vangen bij de Staatsregeling, die den nieuwen toestand consolideerde, en zoo vervolgens ter schole te gaan bij de volgende Staatsregelingen en Grondwetten, regeeringsreglementen, gewone wetten en lagere verordeningen, in één woord, leering te zoeken bij al die rechtsbronnen, welke nadrukkelijk of terloops zich met het vraagstuk hebben beziggehouden.

Met klem wensch ik er op te wijzen, dat de beslissing uitsluitend te vinden is in het positieve recht. Dit klinkt als een

Sluiten