Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„zal hetzelve in de Nationale Kas gestort worden." (Art. 242, lid. 2).

De uitwerking van de beginselen der Staatsregeling word in de artikelen 249 en 251 aan „nieuwe Charters" voorbehouden.

Is, kan men vragen, niet het voorschrift, volgens hetwelk het batig slot in de nationale kas gestort moet worden, een bewijs voor de eenheid der financiën, die reeds toen bestond? Ligt het ook niet op den weg eener Staatsregeling, die de provinciën tot administratieve lichamen, tot kringen op de kaart, verlaagde (vergelijk artikel 147 j°. artikel 200) om de koloniën, die, wel verre van den rang van souvereine gewesten bekleed te hebben, voorwerpen van winst van handelscompagnieën geweest waren, vooral niet beter te behandelen? Te meer, daar de Staatsregeling bij de beschrijving van het grondgebied der Bataafsche Republiek in artikel 3 de koloniën niet vermeldt, en deze dus schijnt buiten te sluiten ?')

De Staatsregeling van 1801 bracht in dien toestand geen verandering: artikel 47 spreekt van subsidiën uit de nationale kas ingeval van koloniale tekorten, terwijl in het omgekeerde geval het batig slot aan dezelfde kas ten goede moet komen. Artikel 48 eischt weer als basis van koloniale wetgeving en bestuur vaststelling van „respective chartres" en ditmaal zou dit voorschrift zijn vervulling vinden in het eerste regeeringsreglement, dat aan Indië een nieuwe bestuursinrichting, in overeenstemming met de veranderde tijden, geven moest, in het zoogenaamd Charter van Nederburgh, van 1804 2). Hoe vat dit charter den rechtstoestand van Nederlandsch-Indië op? Reeds artikel 2 geeft antwoord; het luidt: „Aan dezen Raad „(van de Bezittingen en Etablissementen) is opgedragen de „zorg voor de Administratie dier Policie en Justitie in de „gemelde Bezittingen, alsmede voor derzei ver verdediging, „voor zooverre daaromtrent, door het Staats-Bewind, niet „onmiddelijk wordt beschikt. — ?)De Hoge Regeering van „Indiën is aan hem rekenschap en verantwoording schuldig

') Zie daartegenover artikel 21 van de Staatsregeling van 1801.

*) Te vinden bij mr. Gr. Grashuis, de Regeeringsreglementen, blz. 189—21fi. Het ontwerp bij mr. P. Mijer, Verzameling van Instructiën, Ordonnantiën en Reglementen, blz. 225 -261. — Het is niet in werking getreden.

Sluiten