Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 3, het volgende: „Door sommige leden werd . ... op den „voorgrond gesteld, dat de wet uitging of scheen uit te gaan „van het denkbeeld, alsof Nederlandseh-Indië een eigen Staats„regtelijk bestaan had.

„Niets was echter minder het geval. Nederlandsch-Indië is, „zeide men, wel beschouwd, niets anders dan eene geographische „benaming, aan eene reeks eilanden gegeven, die door geen „anderen onderlingen band zijn aaneengehecht, dan dat zij „gezamenlijk aan het Nederlandsch Opperbestuur onderworpen „zijn. Die eilanden maken volgens de Grondwet zelve, een „integrerend deel uit van het Rijk. Op Nederland rust de ver„pligting om ze zoo goed mogelijk te besturen; maar wat het „daar uitgeeft, geeft het uit voor zich zelf. Hetgeen door „Indië wordt voortgebragt is voor een deel de vrucht der „exploitatie van Staatsdomein, en als men dit in het oog houdt, „blijken alle berekeningen omtrent de hoegrootheid der som, „die gezegd wordt als schadeloosstelling voor het beheer aan „Nederland toe te komen, valsch te zijn.

„In weerwil van een en ander worden bij het wetsontwerp „de beide hier in aanmerking komende hoofddeelen des Rijks, „alsof het twee strijdende partijen waren, tegenover elkander „gesteld. Zij zouden thans, als het ware, een contract aangaan, „hetwelk, als Nederlandsch Indië eene nog hoogere mate van „zelfstandigheid mogt verwerven,.... te eeniger tijd zou kunnen „leiden tot het sluiten van een tractaat.

„Verscheidene andere tegen het beginsel van het wetsontwerp „gestemde leden .... drukken er meer op, dat tot nu toe wel „administratieve scheiding tusschen Nederland en Indië, maar „eenheid op financieel gebied heeft bestaan, en dat op die „eenheid geen inbreuk mogt worden gemaakt zonder alles afboende redenen. Scheiding op dat gebied, zeiden zij, zou in „ons staatsregt eene nieuwigheid invoeren, waarvoor de tijd „zeer zeker nog niet gekomen was.

„Sedert de Nederlandsche Staat het direct beheer over de „Indische bezittingen heeft verkregen, heeft het stelsel gegolden, „dat Indië is eene bezitting, zonder — men herhaalde het ook „van deze zijde — zelfstandig staatsregtelijk bestaan, zonder „autonomie. De wetgeving en de uitvoerende magt des Rijks, „in Nederland zetelende, hebben de Indische bezittingen, om „het zoo eens uit te drukken, in eigen beheer gehouden.

Sluiten