Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„tusschen Nederland en Indië geenszins opgeheven.') Behoudens „enkele bijzondere voorschriften, die hoofdzakelijk dienen om „het aandeel der wetgevende macht in het koloniaal bestuur „te bepalen, verklaart de Grondwet uitdrukkelijk, dat noch zij „zelve noch eenige andere wet zonder opzettelijke vermelding „van het tegendeel op de koloniën van toepassing is. Dit „beginsel huldigt zoowel de Grondwet van 1814 als die van 1887. „Juist andersom als mr. Van Houten durf ik derhalve beweren, „dat de Grondwet wel is waar de koloniën tot het Koninkrijk „der Nederlanden brengt en haar dus een eigene internationale „persoonlijkheid ontzegt, maar haar daarentegen een eigen „staatsrechtelijk bestaan toekent, dat door eigen wetten wordt „beheerscht en zich door eigen organen openbaart".

Wanneer ik hier even het citeeren afbreek, doe ik dit, om er de aandacht op te vestigen, dat prof. De Louter, blijkens het voorgaande, aan Nederlandsch-Indië „staatsrechtelijk" een bestaan toekent, met andere woorden, dat volgens den hoogleeraar, naar de Grondwet, Nederlandsch-Indië, beheerscht door eigen wetten, die weer producten zijn van eigen organen, althans op het gebied van staats-, administratief- en strafrecht rechtspersoonlijkheid heeft. Wanneer het niet een persona moralis juris publici ware, ik zou niet weten, wat de geleerde schrijver dan wèl met dat „staatsrechtelijk bestaan", die „eigen wetten" en „eigen organen" mocht bedoeld hebben.

Ik kan hier, wat het grondwettelijk argument aangaat, met den hoogleeraar niet medegaan. Het komt mij voor, dat prof. De Louter meer uit de Grondwet tracht te halen, dan er is ingelegd. Naar mijn overtuiging laat zij nagenoeg alles „blanco", maakt zij den gewonen wetgever tot de hoogste macht, waar het geldt de verhouding tusschen moederland en kolonie te regelen. Slechts één ding bepaalt haar eerste artikel: de koloniën maken een deel uit van het koninkrijk der Nederlanden, met andere woorden: hun gebied is geen privaatrechtelijk domein, maar staatxgebied. Had de Grondwet dit verzwegen, het zou, als internationale toestand, niet minder waar zijn geweest. Artikel 1 vestigt niet de volkenrechtelijke eenheid, het constateert haar slechts.

') Het is mij niet bekend, dat ooit het tegendeel is afgeleid uit dit verplaatsen van het zwaartepunt van Plein naar Binnenhof; wèl, dat b.v. de heer Bool juist uit de eenheid van organen en inzonderheid van begroo^ingswetgever tot fmantieele eenheid concludeerde.

9

Sluiten