Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laat voor velerlei groepeering: reëele unie, bondstaat, gedecentraliseerde en gecentraliseerde eenheidstaat, moederland en kolonie.

De /staatsrechtelijke eenheid zou, volgens mr. Levy, scheiding van financiën tot praktisch gevolg hebben. Ook hier blijkt weer, dat men met tweeërlei staatsrechtelijke eenheid te doen heeft, naarmate zij op staten dan wel op moederland en kolonie toepassing vindt. Dat toch de staatsrechtelijke eenheid, door de staatsregeling van 1798 ten top gevoerd, aan de voormalige souvereine gewesten het leven heeft gekost; dat het paroxysme van centralisatie, toen bereikt, onder zich alleen administratieve lichamen duldde, mag algemeen bekend worden geacht.

Naar mijn zienswijze is staatsrechtelijke eenheid eveneens een blanco-begrip. Wij weten alleen, dat daarbij, voor de interne verhoudingen, volkenrecht is buitengesloten. Met eerbiediging van dit beginsel is overigens ook hier weer iedere staatsrechtelijke organisatie denkbaar.

Mr. Levy beroept zich voor zijn indeeling op Thorbecke. „Hoe echter", vraagt de schrijver, „vat Thorbecke de staatsrechtelijke betrekking der koloniën tot het moederland? In „1840 nog als onderhoorigheid. In 1848 ronduit als territoriale „eenheid. Men oordeele: „„Onze bezittingen zijn als domeinen „„aan te merken, waarop ons crediet en onze jaarlijksche „„balans voor een groot deel rusten. Al was er geen andere, „„moest dit alleen niet grond genoeg zijn, om de overzeesche „„middelen en uitgaven aan het bestel der wetgevende magt „„te onderwerpen?" " — Anders in 1848: „ „De koloniale uitgaven „„en inkomsten zijn Staatsuitgaven en Staatsinkomsten, die „„eenheid van regeling en controle volstrekt vorderen" " enz.

Verheugt mr. Levy zich terecht in Thorbecke's bondgenootschap?^ betwijfel het. Alles hangt af van het woord „domeinen", door hem gebezigd. Nu heeft de passage, waarin dat woord voorkomt, méér een finantieel dan een juridisch karakter, hetgeen ons reeds behoedzaam maakt Dat woord „domeinen" is niet privaatrechtelijk te nemen, evenmin als „bezittingen" op blz. 140 van het eerste deel der Aanteekening. Thorbecke. met zulk een open oog voor het onderscheid tusschen publieken privaatrecht, zou zeer zeker op de vraag, of het mogelijk zoude zijn, dat de koloniën, immers domeinen, deel uitmaken van het rechtsgebied van een vreemden staat, beslist ontkennend

Sluiten