Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebben geantwoord. Trouwens de opvatting, dat de koloniale geldmiddelen zijn geldmiddelen des Rijks, waaruit mr. Levy tot zwenking naar de „territoriale eenheid" concludeert, zij was reeds in de dagen van de Aanteekening de meening van Thokbecke, zooals blijkt uit zijn vraag: „Of zijn welligt de „koloniale inkomsten geen inkomsten van het Rijk?" ')

Ik ontken allerminst, dat Thokbecke, behoudens de afwijking in 1844, boven blz. 39 v. vermeld, aanhanger was van de finantieele eenheid. Maar dat hij haar in 1841 deed wortelen in „Botmassigkeit," in 1848 in een territoriale eenheid, geknipt naar het patroon van mr. Levy, dit te ontdekken is mij niet gelukt. Ik geloof, dat de schrijver van Aanteekening en Bijdrage zeer verwonderd zou geweest zijn, had hij van deze duiding van zijn woorden kunnen kennis nemen

Het geheele betoog van mr. Levy staat en valt met artikel 1 der Grondwet. Voor een theorie een wankele bodem! Werd het artikel geschrapt, zoo zou de rechtstoestand in geen enkel opzicht verandering ondergaan 2)

De beteekenis van het eerste artikel onzer hoogste staatswet wordt door de meeste aanhangers van de finantieele eenheid zeer overschat. Professor De Louter is in dit opzicht een der weinige uitzonderingen.

Thorbecke teckende op artikel 1 der Grondwet van 1840 aan: „Artikel 1 geeft eene algemeene territoriale 3) omschrijving „van het Rijk bij benaming en optelling zijner provinciën De „eerste bron is artikel 3 der fransche Constitutie van 1795, „door onze Staatsregeling van 1798 artikel 3 gevolgd." 4) Op blz. 9 heet het: .,De overzeesche bezittingen van het Rijk zijn „niet opgeteld zoomin als bij de vroegere Staatsregelingen. .. „Het is erkend, en ook wel niet te ontkennen, dat zij een „gedeelte zijn van het Rijk. Zij zijn er het grootste deel van. „Men mag het dan als een gebrek aanmerken, dat zij in de „grondwettige yeographie3) van het Rijk niet zijn opgenomen." De herziening van 1848 bracht de bepaling: ,Het Koningrijk

') Aanteekening, 2de uitgave, I, blz. 140.

') In denzelfden geest: Jhr. mr. A F. de Savornin Lohman, Onze Constitutie, blz 418: „Art. 1 der Grondwet kan zonder schade worden gemist". Cursiveering van mij.

*) Aanteekening I, blz. 2.

Sluiten