Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„begrooting, voor welker ontwerp wel uit Indië de gegevens

„worden verstrekt, doch welke aan het departement van

„koloniën ontworpen en door den Rijkswetgever vastgesteld „wordt". °

Volgt een uitlegging van artikel 14 der comptabiliteitswet aan de hand der gewisselde stukken, ten betooge, dat het daarin vervatte voorschrift de quaestie niet beslist, daar Van de Putte

immers „het oog had" op de beruchte leening wetten van 1836 1837 en 1838. Ik heb trachten aan te toonen, dat aan dé voorgeschiedenis van bedoeld artikel niet de minste waarde kan worden gehecht. (Zie boven, blz. 63 v.).

„Nu kan zeker niet worden ontkend", _ aldus de heer De Meester over artikel 14, - „dat de bewoordingen van artikel 14 „ruim gesteld zijn en niet onderscheiden naar het doel waarmede „de leening wordt aangegaan, maar voor mij blijft het niettemin een open vraag, of de wetgever, van leeningen ten „laste van Nederlandsch-Indië in artikel 14 gewag makende „wel gedacht heeft aan eigenlijke koloniale leeningen aan „leeningen waarbij Indië en Indië alleen verbonden e'n het

„Moederland voor. rente en aflossing niet aansprakelijk zou zijn

„Gewezen zij in dit verband op het verschil tusschen de bemaling van artikel 151 van het Surinaamsch en artikel 172 van „het Cura9aosch Regeringsreglement eenerzijds en artikel 14 der „Indische Comptabiliteitswet anderzijds; daar de wetgever in „de kolonie, die onder hoogere goedkeuring tot het aangaan „der leening besluit; hier rechtstreeks een daad van den Rijkswetgever zonder voorafgaand besluit van eenige autoriteit in „Indië. Maar de bepaling van artikel 14 past volkomen in „het stelsel onzer Indische organieke wetten, welke aan Indië „alle zelfbestuur ontzeggen.

„Tot het gemis van rechtspersoonlijkheid concludeer ik derhalve niet op grond van deze of die wetsbepaling in Regee„ringsreglement of Comptabiliteitswet, maar op grond van het „samenstel der bepalingen van die wetten, van hare beginselen „en haren geest."

Wijzende op de wankele terminologie in wetsvoorschriften, waarin nu esns sprake is van Rijk of Staat, dan weer van Nederlandsch-lndië of van den Lande, komt de heer De Meester tot deze slotsom:

„Waar nu eens gebruikt woiden de uitdrukkingen: Rijks-

Sluiten