Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„onafhankelijkheid van den Staat," het overeenkomstige artikel 180 der Grondwet van 1887 het Rijk als drager van die onafhankelijkheid voorstelt. De Grondwet wil geen plicht voor de Nederlanders vestigen om het staatsgebied buiten Europa te verdedigen. Maar om dit te kennen te geven was het toch niet noodig van een onafhankelijkheid des Rijks te gewagen, die niet bestaat: onafhankelijkheid wijst op een internationalen toestand en heeft dus den Staat tot subject.

Zoo was het ook verkeerd, in de eedsformulieren, vervat in de artikelen 43 en 52 der Grondwet van 1887, van de onafhankelijkheid .. . des Rijks te blijven gewagen1).

Intusschen, de nieuwe terminologie bestaat, en zij maakt het bewijs van het bestaan van twee rechtsgemeenschappen: Staat en Rijk gemakkelijk.

I. Dat de Staat volkenrechtelijk subject is, lees ik in artikel 58 der Grondwet. In oorlogstijd zijn de belangen van den Staat het eenige richtsnoer. Zij beslissen over de toelaatbaarheid van mededeelingen aan de Staten-Generaal.

CJit het eerste lid van artikel 59 blijkt voorts, dat ook bij tractaten de belangen van den Staat als geheel betrokken zijn en mededeeling van hun inhoud aan de Staten-Generaal van die belangen is afhankelijk gesteld.

De rechtspersoonlijkheid van den Staat is, tenzij men het volkenrecht alle karakter van recht ontzegt, niet voor betwisting vatbaar. Hoe zouden tractaten met den Staat mogelijk zijn, wanneer hij geen persoon ware, tot rechtshandelingen, die zijn (derivaat) vermogen verbinden, bekwaam? Hoe zou tegen dien Staat een oorlog mogelijk zijn? Het is mij niet bekend, dat ooit door iemand de rechtspersoonlijkheid van den Staat is in twijfel getrokken.

') Buys, De Grondwet III, blz. 6. Ik wijs met mr. Kleintjes, Staatsrecht van Nederlandscli-Indië, II, blz. 322 en 323, op een tegenstrijdigheid, die bij Büys wordt aangetroffen, waar hij in deel II, blz. 637, de bij het ontwerp van staatscommissie en regeering voorgestelde wijziging van artikel 177 der Grondwet van 1848, en op blz. 6 van deel III de eedsformulieren van de artikelen 43 en 52 der Grondwet van 1887 bespreekt. In deel II, blz 637, heet het, dat de koloniën deel uitmaken van het grondgebied van het Rijk (in <len zin der nieuwe terminologie, waarnaar liuys verwijst), en op blz 6 van deel III, keurt hij de eedsformulieren af, omdat door het woord „Rijk" thans het koloniaal staatsgebied is buitengesloten Een en ander is kwalijk met elkander te rijmen.

Sluiten