Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor de verzoekschriften gesteld en den 14den Maart 1845 ') bracht de heer Strkns deswege rapport uit. Minister Baud trachtte terstond daarop het in het adres beweerde te weerleggen in een rede, die twaalf kolommen der handelingen beslaat; doch de kamer toonde zich wèl dankbaar voor alle gegeven inlichtingen, niet voldaan Inzonderheid Thorbecke, die bij deze gelegenheid zeide: 2) „Ik breng hulde aan „den spoed en de uitvoerigheid der inlichting, door den „Minister gegeven.. .. De Minister schuwt de publiciteit niet; „Zijne Excellentie heeft breede inlichting verstrekt, eer die was „gevraagd. De Kamer echter zou niet handelen overeenkomstig „met het belang, dat deze aangelegenheid ons moet inboeze„men, indien zij met het aanhooren van den Minister het „onderzoek aan hare zijde voor afgeloopen of volkomen hield ."

Van Goltstfjn stelde nu voor, de zaak commissoriaal te maken en gaf een historisch overzicht om de verhouding in het licht te stellen waarin de kolonie staat tot het moederland. 3) Hij vervolgde:

„.. . . Wederzijdsche regten en pligten werden tusschen den „Staat en de Kolonie vastgesteld Terwijl de Kolonie zich „verpligtte om uitsluitend hare voortbrengselen naar het moeder„land over te voeren en al hare benoodigdheden van daar te „ontleenen, verbond het moederland zich daarentegen om aan „haar de noodige waarborgen te verstrekken, die haar konden „beveiligen tegen een willekeurig bestuur en tegen de aanranding van personen en goederen door den opperbewindvoerder. — „Zoodanig is de hoofdinhoud van het octrooi van 1682.... „Het was ook inderdaad de bedoeling van den Nederlandschen „Staat niet (zich aan zijne verpligtingen jegens de Kolonie „te ontrekken), want wanneer wij de Regeringsreglementen „voor de Kolonie vervaardigd raadplegen, vinden wij daarin «de waarborgen aanwezig, welke door de Kolonie waren bedongen."

Deze geheele voorstelling is voor Suriname zoo „persoonlijk" getint, dat het aan geen twijfel onderhevig is, dat de rechts-

') Handelingen 1844/1845, blz. 249.

') Handelingen 1844/1845, blz. 257. Parlementaire redevoeringen I, blz. 56.

*) Handelingen 1844/1845, blz. 288

Sluiten