Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

17 October 1827. Zij houdt o.a het volgende in: Wij hebben „bevonden, dat de voordeelige wijze waarop de opneming van „het kapitaal van twintig millioen, bij de wet van den 23sten „Maart 1826 (Staatsblad n°. 12) bewilligd, heeft plaats gehad, „toelaat om die leening met een bedrag van f 2,700,000 te „vermeerderen, zonder de werking van den waarborg verder „te verleenen dan bij de gezegde wet voorzien is."

De beweegreden luidt: „Alzoo Wij in overweging hebben „genomen, dat bij het te verwachten herstel van de rust op het „eiland Java, aan het bestuur der Oost-Indische bezittingen, „eenige meerdere ruimte van gelden behoort te worden verschaft, „ten einde de geldmiddelen aldaar te eerder op een geregelden „voet gebragt en in staat gesteld worden tot de afzondering „der som van f 1,400,000 voor aflossing en rente der leening „vastgesteld bij de wet van 23 Maart 1826."

Dienovereenkomstig schrijft het ontwerp voor:

„Art. 1. De leening van twintig millioen gulden, bepaald bi] „art. 1 van de wet van den 23sten Maart 1826 (Staatsblad n°. 12) „zal kunnen vermeerderd worden met twee millioen zeven„maal honderd duizend gulden, en alzoo gebragt op twee-en„twintig millioen zevenmaal honderd duizend gulden.

„Art. 2. Al de bepalingen van de, bij het vorig artikel, „vermelde wet, zijn op de vermeerderde leening toepasselijk, „blijvende de waarborg van 's Rijkswege, voor zoo veel des „noods, gedurende een tijdvak van dertig jaren toegezegd, op „de jaarlijksche som van één millioen viermaal honderd duizend „gulden vastgesteld."

Dit wetsvoorstel wekt bij mij het vermoeden, dat het de regeering minder om eerbiediging van de Grondwet dan wel om afwenteling van verantwoordelijkheid bij deze leening wetten is te doen geweest. De „Adstructieve Memorie" is onuitgeput in verzekeringen, dat geen nieuwe lasten aan de schatkist van het moederland worden opgelegd: waarom, mag men vragen, in het stelsel der regeering, die de ruime uitlegging van artikel 60 der Grondwet van 1815 aanhing, regeling bij de wet, tenzij tot eigen décharge ?

Met betrekking tot het verhandelde in de afdeelingen teeken ik aan de door de Sixihne Section, in haar Séance du 24 Octobre 1827,*) in dezer voege geformuleerde wenschen: „11. Avant

') Bijlagen 1827/1828, blz. 391.

Sluiten