Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

n°. 2), ondanks de confusie, waarvan minister Pahud hier en bij zijn ontwerp-comptabiliteitswet blijk geeft. Ik verwijs naar § 1, I van dit hoofdstuk (blz. 195 v.).

Een staaltje, hoe weinig juridisch inzicht den heer Pahud eigen was. In de tusschen hem en de Nederlandsche HandelMaatschappij gesloten overeenkomst van 15/16 Februari 1858 ') was voortdurend sprake van het „Departement van Koloniën" als een der partijen. Daaraan stieten zeer terecht „vele leden" zich bij het afdeelingsonderzoek. Wij lezen in het voorloopig verslag2): „Als een algemeene regel in regten geldt, dat er „geene overeenkomsten kunnen worden gesloten dan door personen „of zoodanige maatschappijen of vereenigingen diedoordewet „als zedelijke ligchamen worden erkend, en de bevoegdheid „hebben tot het aangaan van burgerlijke handelingen. De „gevolgen dezer bevoegdheid zijn, dat die zedelijke ligchamen „in regten kunnen optreden. Dit nu zal het geval niet kunnen „zijn met een departement van algemeen bestuur dat, als een „zamenstel van verschillende administratieve ambtenaren onder „één hoofd, niet als zedelijk ligchaam kan worden beschouwd. „De benaming van departement is slechts eene aanduiding van „eenen zekeren tak van het algemeene bestuur van het Rijk, „en kan hier dus geen sprake zijn van eene overeenkomst,

„gesloten door een departement, maar door den Staat "

Wat doet Pahud? Hij verandert „Departement van Koloniën" in „Minister van Koloniën" en schrijft in de toelichtende memorie3): „Door de veranderde redactie schijnt aan de „gemaakte bedenking tegen den vorm te zijn te gemoet „gekomen." Inderdaad: schijnt te gemoet gekomen. De kamer wilde de partij in het contract vermeld zien, en Pahud gaf een ambtenaar, die zoowel Indië als het Rijk kon vertegenwoordigen. Maar de minister van koloniën is toch een persoon, en die stond er dan toch in! —

Reeds had ik in het derde hoofdstuk (boven, blz. li — 53 en 60 v.) gelegenheid op de ontwerpen van Pahud en Rochussen, die schipbreuk leden, alsmede op het ontwerp van Fbansen van de Putte, beoogende uitvoering te geven aan artikel 60

') Bijlagen 1852/1853, n". XCII, blz. 533.

') Bijlagen 1852/1853, blz 601 en 602.

") Bijlagen 1853/1854. n". III, blz. 42.

Sluiten