Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„bepalen, of een zedelijk lichaam bestaat, namelijk het bezitten „van een eigen vermogen ; ')

„dat volgens artikel 1 van het Reglement op het beleid „der Regeering van Nederlandsch-lndië de Regeering van „Nederlandsch-Indië wordt uitgeoefend door den Gouverneurgeneraal;

„dat wel is waar in ditzelfde artikel wordt bepaald dat de „Gouverneur-Generaal die Regeering uitoefent „„in naam des „„konings;"" dat echter deze uitdrukking niet opgevat moet „worden, als zou de wetgever daarmede den Gouverneur„Generaal tot een lasthebber in privaatrechtelijken zin hebben „willen stempelen, aangezien het aannemen van dit denkbeeld „al terstond daarop afstuit, dat de Koning niet zelf persoonlijk „als Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië zou mogen „optreden, en dus ook niet zou mogen uitoefenen de bevoegdheden aan den Gouverneur-Generaal bij de wet toegekend."

Hier moet dus de privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid dienst doen, om den Koning te beletten op het gebied van het privaatrecht tegenover den Gouverneur-Generaal als lastgever op te treden. En daarom zou dan ook hier de landvoogd niet aan een mandaat zijn gebonden.

Praemisse en conclusie sluiten ook hier niet op elkander. De raad zou goed gedaan hebben, de rechtspersoonlijkheid van Nederlandsch-Indië, die in deze toch niets bewijst, er buiten te laten. De conclusie, dat de Gouverneur-Generaal niet is een gewoon lasthebber, in wiens plaats de lastgever zelf zou mogen handelen, ook al wordt de Gouverneur Generaal door de wet geroepen, is op zich zelf juist. Wat echter de rechtspersoonlijkheid van Indië daarmee te maken heeft, is niet in te zien.

De zaak kwam in appèl voor het Hooggerechtshof2). Het ging aan de vraag der rechtspersoonlijkheid voorbij : „Overwegende „dat bij deze beslissing de vraag of Nederlandsch-Indië als „zoodanig een eigen vermogen heeft, afgescheiden van dat van „Nederland, of niet, buiten beschouwing kan blijven, daar toch „de Gouverneur-Generaal in elk geval als schuldeischer bevoegd „was, den gevorderden eed af te leggen, dan wel daartoe een „speciaal gemachtigde aan te wijzen."

') Hier schijnt den Raad alle bewijs overbodig. De gescheiden administratie echter past in beide stelsels.

*) Indisch Weekblad van het Regt, n°. 1457.

Sluiten