Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lk heb gemeend, met de wenschelijke wijzigingen in de drie regeeringsreglementen en de Indische comptabiliteitwet te kunnen volstaan; het overige zal m. i. de wetgever gaandeweg, bij voorkomende gelegenheid, moeten regulariseeren.

Ook blijkt, wanneer wij haar van ons oogpunt uit beschouwen, de Grondwet wijziging te behoeven.

Bijgaande wetsontwerpen met het ontwerp tot herziening van de Grondwet geven aan, welke artikelen m. i. wijziging behoeven en op welke wijze deze zal kunnen geschieden.

Zijn de aangegeven regelingen eenmaal tot stand gekomen, zoo zullen er regelen moeten worden gesteld met betrekking tot de wijze van afkondiging van de wetten en van de algemeene maatregelen van bestuur van den Staat*) en het tijdstip, waarop zij aanvangen verbindend te zijn, en zullen al de leemten moeten worden aangevuld, die ten aanzien van het positieve recht van den Staat (het Koninkrijk der Nederlanden), in onderscheiding van het Rijk en de drie koloniën, nog steeds bestaan.

Ontwerp van wet A.

Wij Wilhelmina enz ;

Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is, bij de wet de verhouding van den Nederlandschen Staat (het Koninkrijk der Nederlanden) tot het Rijk en de koloniën aan te geven;

Zoo is het, enz.;

Artikel 1.

Het eigen vermogen van den Nederlandschen Staat (het Koninkrijk der Nederlanden) wordt, behalve door zijn rechtstreeksch vermogen, gevormd door de gezamenlijke eigen vermogens van het Rijk, Nederlandsch-Indië, Suriname en Curaijao.

Artikel 2.

Wanneer door den Staat uitgaven moeten worden gedaan of wanneer aan den Staat ontvangsten toevloeien, wordt door of krachtens de wet aangewezen ten laste of ten bate van welk dezer vier staatshoofddeelen zoodanige uitgaven of ontvangsten komen.

') Zie mr. J. P. C. van der Bürgh, t a. p. (1905) blz. 30 noot.

Sluiten