Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gisme! Zuiver cumulatief is het verband bij Faure,' die aan onderwerp in art. 134 gelijke beteekenis toekent als aan middelen en onderwerp in art. 5. Hoewel zeer terecht wordt opgemerkt, dat onderwerp hier niet in tegenstelling met,,middelen" staat, wordt de tegenstelling met „eiscli" verzwegen.

Ad d. Zooals betoogd, is deze leer o. i. de in de wet neergelegde, de eenvoudigste, en verschaft zij liet scherpste criterium. Zeer dikwijls zal het praktisch resultaat, met de meeningen sub b en c te bereiken, van het hier-gewenschte niet verschillen; en zal zelfs veelal het standpunt van den rechter, die niet uitdrukkelijk besliste; wat hij ouder onderwerp verstond, niet te onderkennen zijn. ' Zoo schijnt een recent arrest van den H. R.onderwerp en grondslag van den eiscli als synoniemen te beschouwen, hoewel ook de sub b vermelde omvangrijke interpretatie kan gehuldigd zijn. In een vonnis van de rb. van Utrecht * is de hier verdedigde leer echter uitdrukkelijk, in een van de rb. van Amsterdam5 klaarblijkelijk gehuldigd.8 Onderwerp van den eisch, heet het in dit laatste, is de rechtsverhouding van partijen. ' Daar echter de zg. rechtsverhouding tusschen partijen niets anders is dan, of tenminste alléén wordt afgeleid uit, de in dat geding elkander, en den rechter medegedeelde feitelijke verhouding, blijkt met rechtsverhouding hier wel degelijk het feitelijke fundament der actie bedoeld te zijn.

1) Faure II 95; aldus ook Amsterdam W. 8317.

2; Zie bv. Zierikzee W 4U*7 (in 11. van ouvoorw.een voorw. verbinlt gesteld); II. R.W. 4196 (de geposeerde feiten zyn dezelfde gebleven); II. R. W. 5196 (revisie, liev.) II. R, W. 49?,s (vord. blijft op één overeenkomst steunen); Leeuwarden W. 6930; enz.

3) H. R., W. 7H97.

4) Utrecht W. 7559.

5) Amst, R. li. 1882, 33; VV. 4881 (verdere motiveering verward).

6) Zie ook Amst W. 2982 (bewijs en grondslag verward); Hof N. Holland W. 3454(grondslag voor schadevergoeding veranderd); den Hosch R. R. 1878, 117 („grond" der vordering

veranderd); Rotterdam R. li. 1881, 229 (grondslag ongewyzigd).

7' Daarmeö stemt óók in llaverschmidt, 28; doch even later volgt bij wéér Faure. Ken scherp ouderscheid is dus wel noodig'

Sluiten