Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu zou men meenen, dat de letterlijke overneming van deze bepalingen in onze wet op identiteit van systeem duidt, en dat de uiteenzettingen der fransche commentatoren, op dit punt zeer kwistig, ook voor ons recht niet van belang ontbloot zijn. Maar wonderlijk genoeg schijnen wij, volgens de heerschende opvatting, de eigenlijke demande incidente in ons recht niet te kennen. Voor de in art. 247 en volg. geregelde incidenten blijft slechts een groep over, waarvan de leden veeleer den gang van het geding, dan de strekking der vordering betreffen.

In verband met een opmerking van Garsonnet,1 die, trouwens niet alléén, een onderscheid maakt tusschen incident in het algemeen, „tout ce qui vient embarrasser la marche d'une affaire," en demande incidente, die „étend le sphère du litige, en ajoutant une prétention nouvelle a celle qui fait 1'objet du débat primitif' is de veronderstelling gewettigd, dat onze doctrine meent, dat onze wet slechts de eerste kent. Maar zij verzuimt aan te duiden, waar gegevens zijn te vinden omtrent het vermeende verdwijnen der tweede soort, hoewel het voorschrift van art. 248 Rv. slechts op de werkelijke incidenteele eischen van toepassing kan zijn.2

Intusschen schept de in dit proefschrift gehuldige interpretatie van het woord wijzigen in art. 134 de mogelijkheid van het instellen van eenige dier eigenlijke demandes incidentes. Onze procedure is dan op dit punt niet bekrompener dan de Duitsche, die ook onder de toegelaten veranderingen het geval rekent, „wenn der Klagantrag in der Hauptsache oder in Bezug auf Nebenforderungen erweitert oder beschrankt wird."En de jure constituendo geloof ik. dat niemand den eischer deze bevoegdheid zou willen ontzeggen, te minder, waar zelfs de Jur. Ver.4 den rechter zou wenschen

1) (Jarsonnet $ 140.

2ï Opmerking bij Kaure MI 4. mem. v. toelichting van het outw. '65, 188.

3) j 268 n. 2 C. P. O.

4) Jur. Ver. 1891, II 1<>4.

Sluiten