Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doch een ten allen tijde en overal geldend, door de eenvoudigste logica geboden beginsel. De wetgever kan hier slechts een vormvoorschrift hebben willen geven, zoodat de bedoeling hierin bestaat, dat reeds de dagvaarding, met welke woorden art. 5 aanvangt, de geïncrimineerde opgaven moet behelzen. Doch juist, als de bepaling slechts formeel is, kan het materieel bindend karakter der opgaven niet uit het artikel alléén, doch moet het uit een hooger beginsel worden afgeleid! Welk dat beginsel is, zullen wij later bespreken.1

II. Het hoofdmotief voor het bestaan van een verbod van verandering in den grondslag der actie is echter bescherming van dm gedaagde tegen bemoeilijking van de verdediging. Het ligt voor de hand, dat een vergunning aan den eischer, eigenmachtig van het eenmaal geuite af te wijken, in heel veel gevallen allerbedenkelijkste gevolgen zou hebben. En altijd is dan ook het belang van den gedaagde erkend, den eischer te kunnen beletten, eenige bewering in het debat te werpen, waarop hij zich niet heeft kunnen voorbereiden, omdat de dagvaarding er geen betrekking op had. Maar bezien wij dit belang nader, dan constateeren wij reeds dadelijk, dat tusschen de wisseling der opeenvolgende conclusies telkens een tamelijk groote tusschenpauze ligt, die grooter kan zijn, en meestal grooter is, dan de termijn van voorbereiding, die den gedaagde na ontvangst der dagvaarding gegund wordt. Hieruit blijkt, dat de gedaagde niet bevreesd behoett te zijn, dat hem géén voldoende voorbereidingstijd tot beantwoording der veranderde actie zal gegeven worden; zoodat het belang inkrimpt tot een recht, dat hij zou hebben daarop, dat in een geding juist en uitsluitend de voorafgaande dagvaarding de details en den omvang van den strijd bepaalt. Want tegen overrompeling met een dagvaarding kan de wet niet

1) Kigenlyk behoort tot deze argumenten óók dat, aan liet verbod van dei» atatand van instautie ontleend. Het is beter, dit later te behandelen.

Sluiten