Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en het oud-Duitsche geding, waarin slechts opgave werd geëischt van de in-te-stellen actie, aanduiding van de rechtsbetrekking, waaruit de aanspraak werd afgeleid, toen «genus judicii, causa actionis" genoemd.' Eerst in een later stadium van het geding werden feiten medegedeeld. Conform dezen inhoud was verboden: verandering van de actie, van de totstrijd-leidende rechtsbetrekking.2 En even beknopt is tegenwoordig de Engelsche dagvaarding. De opgave van den eisch geschiedt in de general endorsement zoo kort mogelijk, en it shall not be essential to set forth the precise ground of complaint, or the precise remedy or relief to which the plaintiff considers himself entitled.We hebben gezien, dat, in overeenstemming hiermede, de eischer den inhoud der dagvaarding mag wijzigen, mits géén nieuwe grondslag van den eisch worde aangevoerd.

De Fransche dagvaarding daarentegen eischt meer. Er moeten wel degelijk feiten worden genoemd, want art. 61, 3" C. d Pr. verlangt opname van: 1'objet de la demande, en: l'exposé sommaire des moyens. Sedert de ordonnance van Yillers-Cotterets van 1539 bestaat reeds die bepaling, dat de dagvaarding zg libellé moet zijn, »c'est-a-dire renfermer les énonciations sur le hut de la demande," „afin que la partie assignée, zegt Jousse,4 sache, pourquoi elle est citée en justice, et qu'elle puisse en conséquence, ou se défendre, ou consentir a ce iiue lui est demandé." Nadere ontwikkeling en detailleering geschiede dan in de instructie.

II. Nu meen ik, dat inderdaad onze dagvaarding óók de laatstomschreven beteekenis heeft, en dus den gedaagde in 7 algemeen behoort voor te bereiden. Deze stelling grond ik

1) Kndemann, Civ. pr. r. $ 164: eine vorlaufige Ke/.eichnun» der Rla^anspruchs. Dus een fornmleerinp: in jus, niet in factum.

2) Zie vooral Bollinger, 18. 3) Ord III r. 2.

3) Bonnier, n 82.

4) Jousse, Comm. sur 1'ordonn- de 1667, 11, 1.

Sluiten