Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich over de quaestie uitlaat, bewijst dat hij begrijpt, waarom het den eischer te doen is, en wélke rechtsbetrekking deze door den rechter wil doen beëindigen. Zeer vaak deed zich dan ook ten onzent het merkwaardige verschijnsel voor, dat het streng verbod van verandering plaats maakt voor de toestemming aan den eischer, overeenkomstig het beweren van gedaagde te corrigeeren of te suppleeren.' En eveneens geeft de fransche2 jurisprudentie den eischer een grootere vrijheid dan gewoonlijk, in dergelijke gevallen. Bewust of onbewust — want wie zou liier niet schromen, op actieverandering aanmerking te maken? — wordt daarmede het beginsel gehuldigd, dat, waar gedaagde blijk geeft, de toedracht deizaak nauwkeurig te kennen, hij geacht moet worden, te begrijpen, dat de eischer oók deze toedracht bedoeld heeft, en, ware hij beter ingelicht, deze gegevens ook zelf zou hebben gesteld.

Eigenaardig is het geneesmiddel, door Wach:l gevonden, waarmede de duitsche doctrine zich heeft beholpen ter toelating van verandering onder deze omstandigheden. De gedaagde namelijk zou, door zelf processtof te berde te brengen, zich daardoor reeds van te voren met de veranderde actie inlaten, waardoor liet recht verloren gaat, met succes op verboden wijziging aanmerking te maken.4 Van deze, intusschen vrij gedwongen 5, fictie behoeft echter sinds 1900 géén gebruik meer te worden gemaakt, daar juist ter vermijding van de hier behandelde, chicaneuse exceptie, veranderingen nu ook door den rechter kunnen worden toegestaan, wanneer de gedaagde in zijn verdediging niet aanmerkelijk geschaad

li Rotterdam W. 6235 (motiveering, door het veranderde middel niet tot bestanddeel van het onderwerp van den eisch te rekenen. Deze m i. onjuiste en willekeurige methode voert de onmogelijke grensscheiding tusschen wesentliche en unwcsentliehe liestanddeelen, waarover infra, weer in). Uitvoerig Groningen W. 6511; F. v. J. 1893, 101; Amsterdam \y. 7007: Hof Amst. W. 7056; P. v. .1. 1H98, 5. Zie ook den Haag W. 7331.

2) Rep. V-» conclusions n. 50: overgang van verbruikleening op lastgeving.

3) Grüchots Beitr. 30, 772 v. 4) * i 235, 3". j», 241 C 1' O. (oud).

5> Riimelin \ C I' HH, 140; Kiefe KI. A, HO v.

Sluiten