Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegenspraak hebben laten varen.' Immers, hoe meer oppositie, hoe meer kosten. En diezelfde ratio geldt voor de opname van het relaas der feiten, waaruit de, door de tegenpartij ontkende, schuld bij een aanvaring wordt afgeleid.s Daarentegen is om dezelfde reden, in verband met de functie deidagvaarding. opgave van de wijze van verkrijging van een zakelijk recht in een zakelijke actie,3 vóór de tegenspraak van het recht, onnoodig, en eischt de praktijk ten onzent opgave in de dagvaarding niet.4 En evenzoo is het m. i.5 geoorloofd te achten, de cansa eener éénzijdige overeenkomst in de dagvaarding te verzwijgen, en zoo noodig eerst bij repliek mede te deelen. Want de oorzaak eener overeenkomst is geen factor in hare omschrijving, doch een voorwaarde voor hare bestaanbaarheid. Ageert men uit een schuldbekentenis, dan is opgave van datum en bedrag voldoende; de gedaagde, die als welbewust mensch zijne handteekening heeft gezet, kan met deze gegevens zéér goed delibereeren, of hij wil strijden of toegeven. En bestrijdt hij liet bestaan of de geoorloofdheid der causa, dan is dit een zaak, die niet den inhoud der dagvaarding, maar de toewijsbaarheid van den eisch zeiven betreft, en die eerst bij de behandeling ten principale zal ter sprake komen!"

Aanvulling dus dier functievervullende middelen is niet geoorloofd. Dat in de artt. 390, 2e lid, en 419, 3e lid Rv. met zoovele woorden het aanvoeren van nieuwe middelen wordt verboden, kan niet tot liet argumentum a contrario

1; Ecu geheel andere beschouwing in j 611 C P O: Kis zura Srhlusse derjenigen raiindliehen Vcrhandlung, ftuf welche das Urthcil ergeht, kunnen andere, als die in der Klage vorgebrachten Klagegriinde geltend gemai-ht werden. Ken uitzondering dus op » 268. Vers.

ook $ 616.

2) Hof den Haag W. 6841; en id. W. 8273. Zie ook H. R., 1*. v. J. 1891, 68.

8) Het kenmerk, in Duitsohland, van het vereisrhte der substantivering, in tegenstelling met de individnaliseering.

4) Bv. Amsterdam W. 5712.

Zie de quaestie l>y Faure II 75 v, die niet beslist. Als in den text: Amst. W. 3138; den Haag W. 7374.

6) Groningen W. 3624.

Sluiten