Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op stukken, die éénzelfde hoofdzaak betreffen, en gemakkelijk overzienbaar zijn.

Maar hier moet tweëerlei opmerking worden gemaakt. In de eerste plaats deze, dat in de gevallen, waarin hierboven vóór de mogelijkheid van éénzijdige verandering werd gepleit, waarvan alléén de gedaagde eenigen last zal hebben, het middel van afstand van instantie waarlijk te omslachtig is. Want, terwijl daardoor het verkrijgen van een gewijsde voor onbepaalden tijd wordt uitgesteld, zou door gunning van een termijn tot beantwoording deiaangebrachte wijziging de verdediging niet worden bemoeilijkt, en 's eischers recht op een vrije beschikking, tot aan het antwoord, over de processtof slechts consequent worden toegepast.

Maar, ten tweede, is het wèl onlogisch naast elkander aan te nemen een absoluut verbod van afstand na het antwoord zonder gedaagde's toestemming, en een verbod van actieverandering. Want, wanneer tijdens het geding de eischer erkent, een fout te hebben gemaakt, en daarom zijn proces niet te kunnen winnen, heeft de gedaagde in verreweg de meeste gevallen géén serieus belang bij doorzetting van den strijd, en het verkrijgen van een vonnis. Maar wèl heeft de eischer, wien verandering wordt verboden, er groot belang bij, niet nog méér nuttelooze kosten te maken, en afstand van instantie te doen. Dat kan de gedaagde, die een welkome gelegenheid tot obstructie vindt, hem zonder motiveering beletten!

B. De fout schuilt in de verandering, die onze wetgever in de fransche wet heeft aangebracht. In Frankrijk toch bestaat niet het voorschrift van ons art. 277, 2e lid Rv., doch laat de wet het doen van afstand van instantie, óók na het antwoord, vrij.1 Wanneer dan de gedaagde tegenwerpingen maakt, beslist de rechter, — al is dat niet aldus

1) Artt. 402 en 408. liet laatste voorschrift spreekt van »le rtcsistement, lorsqu'il aura été accepté."

Sluiten