Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV. Ondanks do duidelijke uitspraak der auth. qui seniel ontstaat in een vierde periode de leer, dat de processueele verplichting van den eischer eerst aan liet oogenblik der litiscontestatie, niet meer aan de editio actionis behoort verbonden te worden.1 Pas van de litiscontestatie af kreeg de gedaagde een recht, ondanks den eischer den strijd voort te zetten, hoewel maar al te dikwijls éénzijdigen afstand van instantie géén belemmeringen in den weg stonden. Endaarmede werd ook het oogenblik, waarop verandering in de actie ongeoorloofd ging worden, naar de litiscontestatie verlegd. Waarschijnlijk sprak het begrip 1. c — »Kriegsbefestigung'' — meer tot het rechtsbewustzijn, en oefende de opvatting eener daarbij ontstaande quasi-contractueele verhouding grooten invloed Deze opvatting blijft, tenminste in Duitschland, in later tijd de heerschende. Slechts nemen in enkele oudere proceswetgevingen meer typische momenten in de procedure de plaats der 1 c in. Zoo werd in Saksen langen tijd, zooals in Rome door de 1. c., de actie door de z.g. Klagengen-ere geconsumeerd, zoodat de eischer van dat oogenblik af aan den ééns-ingestelden eisch gebonden was.2 Het is dan in het belang van gedaagde, zoo spoedig mogelijk op die Gewere aan te dringen, daar, onverschillig hoever liet geding reeds gevorderd was, mits slechts géén vonnis was geveld, veranderingen waren toegelaten. Waaide Gewere onbekend is,3 vormt de Bejawortnng door den eischer van liet door den Vorsprecher te berde gebrachte de grens van de toelating van aanvulling of verbetering.4

li Wet zeil $ 1+ n 91.

2) Uitvoerig Planck, Geriehtsverf. im Mitt. I $ 53: Wan dy gewere gelovet is, so mach dy Kleger dar na syne Klaghe nicht nier beteren. Dy gewere bedeutet, das keyn man seyneclage gebessern noch ergern mag, wider gehoen noch genydirgen. Saksensp. I 63 $ 2 : Doch mus/, der man iine clage wol bezzem tor der gewere, en id III 1+ § 2. Verder Planck, Beweisurth. 353; Lb 11 4 137 n 4; 8clim;dt, Kl A 103.

3) Hamburg, Lübeck.

4) Ygl. ons desaven. Practinch, waar de belanghebbende uiet zelf zijn recht uiteenzet. Planck, 6er. im Mitt. I 209, 387-

Sluiten