Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ussher begint de geschiedenis harer kritiek; uitvoerig is deze bij Lightfoot ') te vinden — ik stip het volgende aan.

Reeds twee jaar later, 1046, gaf Voss den Griekschen tekst van zes brieven der korte recensie: „ex Bibliotheca Florentina" — ad Rom. ontbrak in het geschonden Hs. dat hem ten dienste stond, maar werd met behulp van lauge recensie en oude vertalingen gereconstrueerd. Deze gaping werd in 1(589 door Ruinart2) aangevuld.

De echtheid ook van dit zevental bleef niet onbestreden. In 16Ü6 verscheen Daillé's geruchtmakend werk: „De scriptis quae sub Dionysii Areopagitae et Ignatii Antiocheni nominibus circumferuntur Libri Duo; quibus demonstratur illa subdititia esse, diu post martyrum quibus falso tribuuntur obitum ficta." Zonder onderscheid, ja, volgens zijn bestrijders zonder onderscheiding, verwerpt hij alle genoemde brieven als onecht. Zes jaar later antwoordde Pearson met: „Vindiciae Epistolarum S. Ignatii , een titel, die voldoende de hoofdstrekking van het werk doet kennen.

Hoewel beiden hun aanhang hebben, en de strijd gaande

blijft, duurt het 150 jaren, eer nieuwe wapens en een nieuwe

vechtwijze dien strijd verlevendigen. Het is de ontdekking van

Cureton, waaraan deze hernieuwde belangstelling in de Igna-

tiaansche kwestie te danken was. In de Syrische Hss. van

het Britsch Museum ontdekte hij een drietal Ignatius-brieven,

een aan Polycarpus, een aan de Efesiërs, en een aan de

Romeinen, in een nóg korteren vorm dan die der „korte

recensie". Dit kleiner aantal èn de kortere lezing verlokten

hem tot de hypothese hier den oorspronkelijken authentieken

Ignatius te hebben gevonden, een hypothese die hij in een

drietal werken, van 1845, '46 en '49, nader toelichtte en verdedigde.

In de kwart-eeuw, die dan volgt, doorleeft de korte recensie bange dagen. Van twee zijden wordt storm op haar geloopen;

') J. B. Lightfoot, The Apostolic Fathers, London, 1885. -) Ruinart, Acta Martyrum, (Uitgave 1731, p. 15—18).

Sluiten