Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat onze schrijver niet verkeert in den toestand van zijn held, blijkt .enter »it het feit dat we er met ,n helder beeld te vormen van Ignatius gevangens delijk heet hij een gevangene (in eigenlijken zin), ei is er sprake van zijn boeien, b. v. Ef 1, 21, Mgn 1, Ti 10, Rom 5, Sm 4, Pol 2, enz. Daarnaast komt eemge malen o. a. Tr 1 Phd 5, de uitdrukking Ssó^évcg ^ X^a™

voor; vergelijking met plaatsen als sid^irov v*eq rov y.<hvov

ovóptttoi Ef 1,' en u-V 8 «WW TrU'

ia zelfs didenai i" *<? óvó/ian Ef B, of didtft"'og »io7^ineaxazoig

U* Sm 11, maakt de verklaring mogeljk'):

wegens Belijdenis van Christus", een wel ongewone uitdrukking, maar een die in het verband zin geeft. Wanneer Ignatius evenwel een óoüAog heet (Rom 4") in tegenstellmg met Petius en Paulus „die vrij waren", is het wel duidehik dat we hier aan een andere gevangenschap dan aan Romeinsche boeien moeten denken; eveneens wanneer Zotion (Mgn 2) e. a. Ignatius «t"< »» Ac- heeten, want moge al niet duidelijk blaken dat Zotion op vrije voeten is - vast staat dit van Burrhus (cf. Et 2 en Phd 11 en zeker van o,' ó««kov«h Phd 4. Zou dan misschien ook het ^£f«„og b'hflri Xvora een andere beteekenis kunnen hebben ? In ieder geval blijkt het „gevangene" deels in eigenlijken, ee s in overdrachtelijken zin te zijn toegepast, wat onwaarschflnlgk is in een werkelijk gevangen schrijver, maar zeer tegiijpey in een auteur die zijn held tot gevangene maakt

Dit geeft ons tevens den sleutel voor de zonderlinge tegen-

bezwaar tegen den ongewonen zin, hier aan g'hec^ht, eve

ik het gebruik van Mi (-j ir^igovaa .1; M.) en van ou.ióo,, beide in dit zei de

,c, «k. M.i. ten =hU,

zoekt hij haar te steunen met een beroep op het gebruik R™ 9 •

daar zou volgens hen. het woord dezelfde beteeken,s hebben als .n Et 9 omdat anders geen begrijpelijke tegenstelling met 7,ao0 X^ro^erkreg

wordt; echter is hier geen sprake van een tegenstellmg: de wccide,, / nauoóêuovTa behooren te zamen, en de zin is dat de gemeenten hem als een der hunnen, niet als een vreemde op zijn doorre.s hebben opgenomen.

') Mogelijk, meer niet; vgl. Rom 4 uvaor>joof<ai i» aurw (/ijoou <,iora>)

Sluiten