Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenigszins vreemd schijnen — zij geven een goeden zin wanneei we in aanmerking nemen het meer voorkomend pleonastisch gebruik van t i-e»,-, juist ook in verbinding met %mgiov, waarvan Lightfoot ad loc. eenige voorbeelden geeft. De beteekenis van de besproken plaats is dan: „de gemeente die den voorrang bekleedt in het gebied der Romeinen . Zeker een zondeiling adres! Wij begrijpen dat Rome wordt bedoeld, maar misveistand is hier niet uitgesloten. Alweer zoo adresseert geen schrijver die zijn brief bezorgd wil hebben.

Neen, de inconsequentie van den schrijver: zijn onbegiijpelijke slordigheid l) en zijn overdreven nauwgezetheid, zijn onduidelijkheid en zijn breedsprakigheid, dat alles wijst op den zoogenaamden „vervalscher". Het is den schrijver niet te doen om duidelijke adressen — zijn „brieven' moeten een plaats van bestemming hebben; of deze duidelijk is aangegeven, kan hem weinig schelen. Tevens gebruikt hij de adressen om wat volgt in te leiden of in het kort samen te vatten. Waarom deze gemeenten gekozen werden, en waarom ze aldus werden aangeduid, zal later ter sprake komen.

Afgezien van de adressen komt in alle zeven de briefvorm meer of minder tot zijn recht, het meest in den brief aan de Efesiërs, het minst in dien aan Polycarpus.

Ef. begint met een korte inleiding, waarin de schrijver zijn toestand uiteenzet, en zich a. h. w. met de geadresseerden in verbinding stelt (cap. 1—3); daarna komt hij tot zijn eigenlijk onderwerp. Voortdurend wordt de briefvorm behouden, worden de leden der geadresseerde gemeente als lezers beschouwd.Met een passend slot, waarbij de schrijver zich in de herinnering der Efesiërs aanbeveelt, eindigt de „brief .

Onze schrijver zelf hecht aan dat „brief" weinig waarde: cap. '20 stelt hij een tweede fii(tXiöiov in uitzicht, en nu in het midden latend waar we dit te zoeken hebben — in of buiten

') Door Lightfoot weinig bevredigend verontschuldig»! wegens 's schrijvers haast. Zahn, Lightfoots medestander, daarentegen ontkent dat „Ignatius gehaast was.

Sluiten