Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Louter als een gemeenschap vau vromen die zich bovendien door plaatselijke belangen één voelen? We moeten ongetwijfeld een zekere uitwendige organisatie aannemen. Dit blijkt vooral uit het bestaan van bepalingen aangaande de samenkomsten, waarvan in de voorafgaande bladzijden al sprake was; vgl. hierbij Sm 84 ta avrjxovra slg rr)v ixxkrjalav.

De teksten Ef 58, Phd 35 en Sm 84 leggen een nauw verband tusschen die uitwendige organisatie en het bestuur van den bisschop. Het duidelijkst spreekt de plaats in Phd. Het parallelisme met fiera tov iTUGKÓnov elven, toont dat we ttji> évóiijZK tij? ixxAïjfftag als uitwendige eenheid moeten verstaan; tevens leert het ons, dat die eenheid door „aansluiting bij den bisschop" moet worden gezocht. Dezelfde strekking ligt in Ef 58, waar aan het gebed van „den bisschop en de geheele gemeente" groote kracht wordt toegeschreven: het nóaa ftfiMov toch moet blijkens den samenhang in de organisatie worden gezocht, niet in het feit dat een gemeente uit meer dan twee of drie leden pleegt te bestaan. Dezelfde strekking eindelijk ligt in Sm 8 waar doorloopend een vaste ritus wordt ondersteld, nauw verbonden aan het bisschoppelijk presidium.

Werkelijk worden we dus voor een juist begrip der uitwendige organisatie verwezen naar de plaatsen die over het bestuur, over de waardigheidsbekleders, met name den bisschop handelen. Hierbij nu doen zich eigenaardige moeilijkheden voor, voornamelijk deze, dat we nauwkeurig moeten onderscheiden tusschen den toestand dien onze schrijver als bestaand kent, en dien waarin hij zijn ideaal schildert. Dit laatste is volgens Prof. Réville') het geval in een overgroot aantal plaatsen, welke evenwel niet nader worden opgegeven. Bij Réville kan de episkopaatskwestie nooit eenig gewicht in de schaal leggen voor de dateering der Brieven, want de geheele vraag zou aldus te stellen zijn: kan niet reeds in het begin der tweede

') A. w. [zie hl. 14 N°. 23 en 32); zijn beschouwingen in dezen worden aanvaard door R. Kuihiug. De jongste hypothesen over liet ontstaan van het Episcopaat, Proefschrift, Groningen UKKI, hl. 88 !H>.

Sluiten