Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van 's schrijvers wereld, de Christelijke. Mij dunkt d.at de samenhang deze opvatting noodzakelijk maakt. De aangehaalde woorden vormen den overgang tusschen de capita 3 en 4: „Ignatius verontschuldigt zich wegens den toon van vermaning dien hij aanslaat; toch hebben zijn woorden beteekenis, want — en hier hebben we te bedenken dat onze schrijver zich zijn held als bisschop dacht — de bisschoppen, waar dan ook aangesteld, spreken in Jezus Christus' geest. Deze woorden voeren tot een nieuwe gedachte, en dan doen diezelfde woorden tevens dienst als argument dat rnen den bisschop heeft te volgen — een avontuurlijke constructie, die echter onzen schrijver niet vreemd is. Vgl. b. V. Rom 47-9 iW ,ur] xoiftr/frtig fictQvg zivt yévtofiai. zóze êooficti fta&rjTTjg ukyjdij? zov Xqlgxov. ózi ovóe zo aaifia (iov o noofiog öfezai, de dubbele motiveering van „Ignatius"' wensch: *o*«-

nevSazs za 9i]gia, ïva (iijifo KctzuUnuai zmv zov Ocófxazóg pov.

Eerst blijkt die wensch een bewijs te zijn van 's schrijvers bescheidenheid, en van vrees om zijn vrienden te bezwaren; onmiddellijk daarna leiden diezelfde woorden een geheel anderen gedachtengang in: ovöev cpatvó/iivov aya9óv, gelijk het in cap. 3 is uitgedrukt. Vgl. verder Phd 56 het eigenaardig gebruik van anóazoXoi 1), enz.

Slechts in zekereu zin mogen we hier dus den Briefschrijver de bedoeling toekennen, de bisschoppelijke macht te willen uitbreiden. Niet dat de bisschop buiten zijn gemeente bestuursfuncties zou behooren uit te oefenen — maar als bisschop heeft hij autoriteit, een autoriteit die door allen, waar dan ook, moet worden erkend.

Naast den bisschop komen overal presbyters en diakenen voor. Evenals we aangaande den bisschop vaststelden, worden ook de ambten van presbyter en diaken bij den lezer als bekend ondersteld; toelichting of verklaring schijnen volstrekt overbodig. Wederom vragen wij: Hoe waren de ambten die onze schrijver kende, en wat wilde hij ervan maken? Hoe was de

') Zie beneden, § 16.

Sluiten