Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit avondmaalsbrood nu is werkelijk Christus' lichaam (Sm T), het is een cpugtiaxov udctvctoias (Ef 2010). Dit geeft aan de eucharistie het karakter van een sacrament, dat onder zekere omstandigheden „krachteloos", „niet (it^aia' (Sm 8*), kan wezen; en hierin ligt het verschil met de agape. Van geldigheid, van een al of niet van-kracht-zijn, is bij de agape geen sprake; zonder nadere toelichting wordt Sm 87 gedecreteerd: oi* è^óv ionv 100 imdMnov ayanr)v noitiv, waar bij de eucha¬

ristie het praesidium van den bisschop voorwaarde dei-

geldigheid was').

Op dezen grond kunnen we in Zahn's gevoelen, dat eucharistie en agape tot ééne samenkomst zouden behooren, niet deelen. Hoe is de verhouding dezer plechtigheden tot de proseuche?

Het komt mij voor dat de capita Sm 7 en 8 een volledig beeld geven van den Ignatiaanschen eeredienst: eucharistie en proseusche worden 7' vermeld; doop en agape 88; op de eucharistie, als sacrament de belangrijkste plechtigheid, wordt nog eens 84_'' de nadruk gelegd. Reden om enkele dezer handelingen als deelen van één samenkomst te beschouwen, geven de teksten niet.

Op de volgende wijze nu besluit Zahn tot dateering van onze Brieven in het begin der tweede eeuw:

In Plinius' XCVI brief aan Traianus (± 110) blijkt niets van een splitsing der eucharistie van de agape; beide schijnen in één samenkomst plaats te vinden. Bij Justinus (± 150) blijkt dat die splitsing tot stand is gekomen; en deze beschrijft geen plaatse lijke toestanden, maar „Katholiek" gebruik. Daar nu de Ignatianae ook nog geen scheiding kennen tusschen de twee plechtigheden,

') De slotwoorden van Mgn 4 zijn verwarrend: zij wekken den indruk alsof iedere samenkomst al of niet fi.fiala kon zijn; echter behooren de woorden lat xar' hij elkaar. Even verwarrend zijn de slotwoorden van Sm 8;

zij hebben echter geen betrekking op het onmiddellijk voorafgaande, maar op al het in de capita 7 en 8 behandelde, en de woorden en slaan

(ip verschillende handelingen.

Sluiten