Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wel is Paulus 's schrijvers held1), maar wanneer zijn naam aan dien van Petrus wordt verbonden *), heeft deze laatste den voorrang (Rom 410); de jaren van feilen strijd met een Judaïsme, dat Petrus tot zijn held maakte, zijn dus wel voorbij. Ook Mgnb Tr 3', PM 5»,' w«r .0. apostelen" naar PHeiderers woord als „solidares Ganze" voorkomen, wijzen op dezelfde tijdsomstandigheden. Onze schrijver tent nieuwe gevaren. Niet langer zijn het uitsluitend de Joden of zelfs de JoodschChr,stenen, die bestreden moeten worden, binnen den engelen kring der gees ■ verwanten treden vijanden op. Inderdaad blijkt de Joodsche invloed geen gevreesde maeht meer te zijn: de hoogere beteekee ia van de Genade tegennver de Wet wordt eenvoudig geeonstateerd (Mgn een betoog dat rechtvaardiging door

de werken der Wet onmogelijk is, acht de schrjver overbodig. Evenwel bewijst de tekst Phd 8» dat hij met deze begrippen vertrouwd is en, wat meer zegt, ze bij zijn lezers als bekend onderstelt; tevens bewijst die tekst, dat de dagen van strgd over deze vragen voorbij zijn. Hoe Von dei o z an on kennen dat Ju»»»hier in den Paulinischen zin word gebruikt, is mij niet duidelijk: het h els slaat toch op het onmiddellijk voorafgaande: Jezus Christus, zijn kruis, dood, opstanding, en het geloof door Hem. Bij Ir * te denken aan „het betwiste punt" en dan np te vatten als .gelijk

krijgen", dunkt mij, wegens de bijvoeging van iv .J «WS gewrongen. Diezelfde woorden doen, in vei an me , Von der Goltz echter ook denken aan 's schrijvers aanstaanden marteldood, wat evenmin voor de hand ligt. Tussehen he.de opvattingen schijnt hij ons de keus te laten, mits we maai „iet de eenvoudigste kiezen'1. Terecht verklaart Pflelderer ) met het oog op deze zelfde plaats Phd 8, in verband met cap. J

') Vel boven, § 10 bl. 121 vlg. .

=) Opmerkelijk is, .lat dit alleen in Rom. geschiedt: Petrus .s dus reeds

de patroon der Romeinsche gemeente (Hilgenfeld, ad loc.).

a) A. w. [zie bl. 15 N°. 34] S. 32

4) Heel zeker is bij evenwel niet, vgl. S. 102.

5) A. w. S. 485.

Sluiten