Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8e. Irenaeus' Adv. Haer. (ed. Harvey) III :34 wijst er, dunkt me, op dat deze kerkvader den Polycarpus-brief in een korteren vorm kende. De plaats luidt als volgt:

Et ipse autem Polycarpus Kal avzog dè 6 IloXvxaQjtog

Marcioni aliquando occurrenti MuqxIuvi nou tig otytv avza sibi, et dicenti, Cognoscis è\»óvzi xal tpijaavzt, iniyivaxsxug nos? respondit: Cognosco te exgl9>j- intyivcóoxto [<Jt]

primogenitum Satanae. Tan- zóv ngtozóroxov xov Zaxava. Toturn Apostoli et horum dis- Oavxtjv 01 'Anóoxokoi xal ot iia9t)xal cipuli habuerunt timorem, ut avx&v 'éox°v tvlafieiav, ngog to neque verbo tenus communi- fit)dh (texgl Xóyov xoivuvtiv nvl carent alicui eorum qui adul- ta>v nagaxagaaaóptav trjv cckrjteraverant veritatem, quemad- 9uav, ag xal riavkog ïtpyoev modum et Paulus ait: Haere- aigexixov avdgunov fiexa ^tav xal ticum autem hominem post dsvxégav vovdiolav jzagaixov, unam correptionem devita, tiSag ozi iiiaxganzat o zoiovzog sciens quoniam perversus est xal cï/iagzapei, mv aiizoxaxaxgizog. qui est talis, et est a semet- "Eaxi <5è xal èmazokri IloXvxügnov ipso damnatus. Est autem ngog G>dni-xr\<iiovg ysyga/iftévij fxaet epistola Polycarpi ad Phi- vazdzr), i'£ fa xal zbv x<*Q«™>lQtt lippenses scripta perfectissima x!jg niazemg avzov, xal zo xxjgvyiia ex qua et characterem fidei zijg dlt]9ei'ag, ol fiovkófavoi xal ejus, et praedicationem veri- (pgovztfrvxeg tijg êavxov ouzrjgiag tatis, qui volunt et curam övvavzai /lafaiv.

habent suae salutis, possunt discere.

Wanneer Irenaeus, die bij het schrijven dezer perikoop Pol. Php. kende, en zelfs in zijn herinnering had, daarin de beruchte woorden Trpwrrirojtoi' xov Eazava gelezen had, zou hij dan de uitdrukking, welke daar een algemeene strekking heeft, hebben meegedeeld als een bijzonder en treffend moment van Polycarpus' reis naar Rome? Hoeveel waarschijnlijker is het, dat een later schrijver, in casu de interpolator, het verhaal dat hem uit Irenaeus of van andere zijde bekend was, algemeen

Sluiten