Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Veroordeelden (bij de nieuwe wet):

In 1887 2944 158 3 3105 2485

, 1888 2416 183 10 2609 1962

„ 1889 2706 161 1 2868 2188

, 1890 2721 157 6 2884 2334

„ 1891 2474 130 4 2608 1931

„ 1892 2556 157 13 2726 1977

16800 12871

Gemiddeld per jaar . . . 2800 2145,

zoodat het aantal veroordeelden 244 groot er was dan vóór de wet van 1886 en dat der opzendingen 168.

Zooals Mr. de Pinto terecht opmerkt: „bemoedigend zijn deze cijfers niet."

Wanneer men nu weet, dat de bepalingen onder de nieuwe wet voor de verpleegden veel strenger zijn dan die tot en met 1885, dan rijst de vraag: van waar dat verschijnsel? Naar het mij voorkomt is het te wijten aan de minder gunstige maatschappelijke toestanden en aan het in den laatsten tijd gevolgde stelsel, om iedereen voor 3 achtereenvolgende jaren op te zenden. Vele rechters denken: „Ze komen toch terug", en deelen dus de meening, dat, „wie eenmaal het gesticht binnentreedt, onherroepelijk verloren is."

In 1887 werden veroordeeld en opgezonden (de opzendingscijfers tusschen haakjes):

Den Haag Amsterdam

321 [232] 431 [362].

In 1892:

1602 [844] 24 [19].

Sluiten