Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Hé, dag juffrouw, dat is toevallig!

Maar zij was niet in het minst verlegen. Zelfs bloosde ze nauwelijks. Ze was blijven staan, maar hij had haar den weg ook gewoon versperd en ze stond daar met één been vooruit, als geneigd, als gereed, dadelijk weer voort te gaan. Toch sprak ze heel vriendelijk — wat ze zei, Frans hoorde het nauwelijks — de korte vragen en opmerkingen kwamen ook uit zijn mond, zonder dat hij er zin aan hechtte — en toen nam hij weer den hoed af en toen reikte zij hem, altijd heel vriendelijk, de hand — en was weg.

O God, dat Singel, dat nooit eindigende slingerpad met al die kuierende menschen! Lucht was er toch genoeg en Frans meende, dat hij stikken zou. Hij sloeg een straat in, een straat met harde keien. Toen werd hij heel gewoon op eens, heel helder, alleen erg zwaar: t was, als had hij een lichaam van lood, en de eerst zoo snelle pas hield nu bijna op .... Stommerik, die hij was geweest! Moest Hélène niet denken, dat hij op haar liep met gemeene bedoelingen? Juist hier was die geschiedenis met die andere juf voorgevallen! Hoe kon Hélène weten, wat er in hem omging ! Haar gedrag was in het minst geen bewijs, dat hij haar onverschillig was: hoogstwaarschijnlijk echter had het goede, eenvoudige kind nooit aan zulke dingen gedacht en misschien zou ze, als zij

Sluiten