Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vermoedens had gekregen van het opzettelijke der ontmoeting, hem van gansch andere plannen hebben verdacht!...

Zoo spoedig mogelijk was hij haar een uitlegging schuldig: — hij zou er Land in betrekken En dadelijk! Ja, maar 't was nu het etensuur. Dan straks, tegen half zeven, na 's mans dutje. Land moest maar met Hélène spreken: dat was

ook makkelijker.

"Wat Frans op het laatste oogenblik vreesde, gebeurde gelukkig niet: Gustaaf, niet Hélène deed hem open. Hélène was boven: — langs het nauwe trapje kwam de volle galm van haar stem naar beneden. Ze zong een schoolliedje. Het trof Frans zeer onaangenaam.

Zijn onverwacht bezoek bracht verwarring in 't ondiepe, gehoorige woninkje. Eerst hoorde hij — Hélène's gezang had opgehouden — gefluister in de achterkamer en toen kwam Land aansloffen: - Gunst, mieneer Koene.... Gustaaf breng 's 'n lamp, mijn jongen; en toen daarna, terwijl beide mannen zich opsloten in het voorkamertje en Frans zei, dat de straatlantaarn ruim voldoende licht gaf, het gezang boven weer begon, riep mevrouw Land onder

aan de trap:

— Hellène, Hellaine, och, hou je een beetje

stil, wee'-je?

Dat alles bracht Frans van streek; wat was

hij begonnen!

Druk-pratend, maakte hij verontschuldigingen

Sluiten