Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

duldig te gelijk was hij: vol verlangen zijn vader gesproken te hebben en toch ook bevreesd.

Thuisgekomen, vond hij zijn vader uit. Juffrouw van Ems, de huishoudster, kwam op 't geluid van zijn stem uit de kamer geloopen en vulde de boodschap van den knecht aan met de mededeeling, dat meneer bij mevrouw Van Dijck was.

De oude heer Koene ging daar dikwijls 's avonds praten, wanneer hij geen vergaderingen had en het niet zijn whistavondje was. Zonder kwaad te vermoeden, stak Frans dus de straat over en schelde bij zijn zwager aan. Van Zanten, een gelegenheidsknecht, die diende op diners, deed hem open: er was feest; de wand der vestibule was bekleed met dik behangsel van jassen en mantels! Frans stond beteuterd op de vloermat en voelde lust stil weg te gaan, doch reeds had men hem verraden, want zijn zwager riep luid en vroolijk, nog voordat zijn glanzige welgedane koopmansgestalte in het raam der linker zijdeur zichtbaar werd:

— God menschen, daar is Frans opeens! Frans, hé Frans !

Hij moest blijven! Wat kwam dat er op aan, dat hij niet gekleed was: er waren niets dan familie en goede kennissen. Twee andere heeren, zijn jongste neef Piet van Dijck en Hoogewegen, een eerste luitenant, kwamen nu ook uit de suite en namen hem, daar hij nog tegenstribbelde, met veel rumoer onder den arm: — Wacht,

Sluiten