Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en over enkele studenten, die hij kende en met wie Frans gestudeerd moest hebben. Ja, Frans kende hen, althans van naam; twee ervan had hij zelfs een paar keer gesproken, maar vrienden waren het niet van hem: — Ik ging maar heel weinig uit, meneer; ik ben menschenschuw, dat ziet u ook wel hier

Verwonderd droop de ontvanger af. Frans begon zich hoe langer hoe meer vreemd en alleen te voelen, 't "Was hoofdzakelijk een jongelui's partij; men had muziek gemaakt; nu praatte men in groepjes en wachtte op het beloofde, trouwens onontbeerlijke, dansje-na. Wat deed hij hier eigenlijk? Als hij eens wegging? Spot had er gelegen in de luidruchtige begroetingen, waarmee hij was ontvangen; spot ook in de blikken, die daarna op hem geworpen waren. Waartoe dan gebleven ? Maar dat zou zijn vader zeker kwetsen en hij moest hem vooral nu niet boos maken. Grievende gedachte : hij had hem noodig! Maar was 't niet om Haar ? Fluks gunde hij zich de weelde „eventjes aan Haar te denken"; toen keerde hij te midden der groepjes terug en mengde zich in de gesprekjes ....

De heer Koene was uiterst content naar huis gegaan: hij had wezenlijk schik gehad. Hij verkoos de partijtjes bij zijn dochter verreweg boven die bij hemzelf aan huis; hij had er niet den last van, kende zich nochtans een deel der eer

Sluiten