Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den glans toe en wist volkomen wel, dat de menschen liever bij de jonge mevrouw Van Dijck dan bij hem te gast kwamen. Verlangde hij, wat dit laatste aangaat, iets beters? Hemzelven mocht men als een mindere, als een opkomeling beschouwen: als men 't zijn kinderen maar niet deed. En werkelijk, hij had niet te klagen over de bejegening, die zijn dochter ondervond: zij was er in. Wat Frans betreft, de jongen zelf was en bleef een zonderling; — zwager Van Dijck had het er nog over gehad; maar alles bijeengenomen, deed die excentriciteit wellicht geen afbreuk aan de gewekte belangstelling. Er was althans notitie genoeg van den aap genomen en de nieuwe ontvanger, Jonkheer Vergoog, had nog onder de wandelende boterham gezegd, dat hij met heel veel plezier kennis met zijn zoon had gemaakt. Frans' huwelijk .... ja, dat blééf een teere kwestie: de jongen was heel opgewekt en aardig geweest, maar met Annie had hij, althans voor zoover de heer Koene had kunnen zien, zich weinig bezig gehouden en het meisje zelf had nog al gekoketteerd met dien Leunssen: — nu, daar was ze 'n jong-meisje voor!

Toen het ontbijt was afgeloopen en de heer Koene de morgenkrant dichtgevouwen en aan juffrouw van Ems, die kopjes wiesch, toegereikt had, zei Frans, die nauwelijks een oog in het eerste blad had geslagen:

— Nu papa, hebt u nu nog een oogenblik?

Sluiten