Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kennen, lachte de freule vrij vriendelijk en vroolijk.

De jongelui glimlachten uit beleefdheid terug, Frans keek Hélène aan met een: — We moeten verder, niet waar? en geëindigd was dit eerste van een kleine reeks pijnlijke bezoeken.

— Wie is die vriendin Annie, waar die dame van sprak? vroeg Hélène, toen het rijtuig wegreed.

— Die vriendin, wie? vroeg Frans, ofschoon hij zeer wel had verstaan.

— Nou, die juffrouw Annie, die zoo'n consternatie teweegbracht.

— Ooo!.... wel.... e . ... dat is m'n nichtje De Loever; och dat komt, doordat mijn tante en haar moeder onaangenaamheden hebben gehad ; nu wil tante niet van de De Loevers hooren spreken.

Hélène geloofde het leugentje blijkbaar; Frans echter vond het onaangenaam, haar iets op de mouw te hebben gespeld en somber-zwijgend zat hij naast haar in het rijtuig.

Den volgenden namiddag omstreeks half vier waren de zeven noodzakelijke bezoeken afgelegd; bij drie familieleden, onder wie de De Loever's, had het jonge paar niet thuis gevonden.

Daar zij vóór het middagmaal nog ongeveer anderhalf uur tijd hadden, gaf Frans den koetsier bevel, de vaart om te rijden — onder de

Sluiten