Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II

Het zoeken naar den anthropo-logisclien weg.

Wanneer wij de objektiveerende filosofie (theologische denkwijs) vóór-Kantiaansch noemen, geschiedt dit, omdat eerst Kant met klaarbewusten verstande den anthropologischen weg tegenover den anderen als weg der wijsbegeerte heeft aangewezen. Eerst hij heeft het kopernikaansch karakter begrepen van den overtred uit de oude naar de nieuwe denkwijze. Eerst voor hèm was de natuur deel van den mensch, inplaats van de mensch deel der (objektieve) natuur. En de metafysika na Kant is op dit spoor gebleven, anthropo-logisch, niet theo-logisch van oorsprong, haar beginsel van levens- (of wereld-) verklaring ontleenend aan onze zelfbewustheid — gelijk blijkt uit de psycho-logische benaming, daaraan gegeven, hetzij als Ik (Fichte), Begrip (Hegel), Wil (Schopenhauer), het Onbewuste (von Hartmann). Maar ook wijsgeeren vóór Kant hebben den anthropo-logischen weg gevonden, of anderen hebben dien weg onwetend gezocht; maar beslist het uitgangspunt des denkens te stellen in onze zelfbewustheid, en van daaruit voort te gaan tot een omvangrijk levensbegrip, heeft niemand hunner vermocht, tenzij Spinoza in zijn Levensleer.

Vooreerst Cartesius. De nieuwe gedachte, welke hij in de ontwikkeling der wijsbegeerte aandroeg, is geformuleerd in het Cogito ergo sum. Geen verstandelijk besluit is in deze spreuk vertegenwoordigd, maar een intuïtief inzicht, dat in des denkers geest het verrassend licht uitstraalde, als van een hemelsche openbaring. Yan het oogenblik af dat hij deze spreuk had gezegd,

Sluiten