Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Spinoza de voorganger is op anthropo-logischen denkweg.

De overgang van theo-logisch tot anthropo-logisch denken, is de overgang uit de oude geschiedenis tot de nieuwe; want de nieuwe geschiedenis met de Renaissance, de Kerkhervorming en de bevestiging der burgermaatschappij, heeft de waarde verlegd en wel verlegd naaide menschelijke individualiteit. Juist deze vraag „waar men de waarde gelegen acht" d. i. welke grootheid drager der zedelijke waarden is; het antwoord juist op deze vraag kenmerkt iemands denkwijze. Het oud-Indisch bewustzijn aarzelde geen oogenblik op deze vraag te antwoorden: de hoogste kaste is draagster der waarde. Voor haar gold de kaste-onderscheiding als waardemaat en dit kaste-bewustzijn vinden we in de verschillende vormen door heel de oude geschiedenis. De centrale idee der persoonlijkheid, en de waarde van den mensch als individualiteit, waren onbekend. In alle landen, waar een monarchale of aristokratische staatsregeling is, wordt vanzelf de waarde verlegd uit den individu naaiden rang, tenzij andere invloeden daartegen opwegen. Voor Israëls profeten verzinkt de individu zoozeer in het volk, dat nauwelijks anders gepredikt wordt dan de sociale moraal der gerechtigheid en de profetische idee der volksvernieuwing. Of de tegenstelling tusschen God en mensch wordt zoodanig benadrukt, dat God als de eenige vertegenwoordiger der waarde, de menschelijke waarde geheel teniet doet. Eerst in het Evangelie klinkt geheel andere toon, maar deze is aanstonds door een vernieuwd, ditmaal kerkelijk, kastebewustzijn overstemd; in dier voege, dat de kerk als instituut, als draagster der waarden kwam te gelden. Augustinus stelde de on-evangelische theorie vast van de waarde van 't instituut boven de persoonlijkheid, in zijn spreuk

Sluiten