Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog verscherpt, door de tegenstelling te vestigen tusschen „esse" met vrijheid en „operari" volgens kausaliteit.

Deze theorie is Platonisch dualisme; de intelligibele wereld gescheiden van de fenomenale; de vrijheid, aldus beleden, is niet positieve, maar negatieve vrijheid; vrijheid die zich niet doet gelden, vrijheid achter het karakter, inplaats van vrijheid in het karakter. Evenmin is de Vrijheid aannemelijk bij wijze van empirische gesteldheid op zichzelf, als dat zij aannemelijk is bij wijze van transcendente gesteldheid op zichzelf; maar alleen in de twee-eenheid van transcendent en empirisch bestaan, is haar werkelijkheid vervat.

De vrijheid in het karakter is de aanwezigheid der Idee, als beheer schend beginsel. Het levend en groeiend organisme van ons zedelijk karakter is beheerscht van uit onze Idee, evenals het organisme van een plant beheerscht is door het levensbeginsel der plant. Wij hebben Idealiteit in ons. Deze vrijheid is ook daar, waar de werking der Idee nog het minst gevorderd is: in een misdadig mensch. Met anthropologische vrijheid is niet meer dan de algemeene voorwaarde van de ethische vrijheid bedoeld; en deze voorwaarde is ook in den mis dadiger aanwezig. Ook in Dionysius.

Op elk der terreinen, waar wij de vrijheid aantreffen staat zij in een tegengestelde verhouding met de kausaliteit. Ware het karakter een produkt, dan zou het kausaliteitsbeginsel de verklaring zijner gesteldheid bevatten; het produkt is een gevolg van samenwerking der empirische oorzaken. Is echter het karakter geen produkt, maar nieuw-vorming, nl. een (psychische) materie in beheersching door de Idee, dan is niet het kausaliteitsbeginsel de verklaring van zijn bestand, maar de aktiviteit als zelfuiting der transcendente ikheid.

Sluiten