Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heden kon worden afgeleid); maar dat zij het motief te voorschijn roept. Het motief heeft noodzakelijke effikaciteit, en het menschelijk karakter levert motief tot handeling uit, zoodra de gelegenheid zich voordoet. De man van brutaal, oneerlijk en hebzuchtig karakter vervalt tot diefstal, zoodra de gelegenheid er is (b.v. zoodra hij een bankbiljet van ƒ 1000 onbeheerd ziet liggen); d. i. de daad volgt, zoodra de gelegenheid uit zijn karakter het bepaalde motief van hebzucht opwekt. Men zou kunnen zeggen, dat er bestaat een indirekte determinatie der handelingen door de omstandigheden.

Deze indirekte determinatie heet: aanleiding (gelegenheid).

2°. Het motief. Het motief echter is de macht, die rechtstreeks de menschelijke handelingen determineert. Het is een gevoels-aandoening verlengd tot begeerte. Wij behoeven hier het ingewikkeld psychologisch toestel onzer gevoels-verwekking niet te beschouwen; genoeg zij dat de vermijding van een onlust een lustgevoel opwekt , dat tot motief van handeling wordt; (de gedachte dat ik den onlust van het nat-worden vermijd, geeft mij een lust-gevoel van wel zeer geringen bewustzijnsgraad, maar toch bestaand; en dit is het motief van parapluie opsteken). Het motief bepaalt het karakter der handeling. Wanneer ik mijn parapluie opsteek uit behagen van droog te blijven, is het karakter dezer handeling anders, dan wanneer ik precies hetzelfde doe om geen menschen te groeten. Het motief bepaalt het karakter eener handeling en dit is het aandeel, dat in een handeling aan het motief toekomt.

Het is echter in vele gevallen moeilijk de grens aan te wijzen van het aandeel der omstandigheden en des motiefs. Bij twee gelijk schijnende gevallen kan toch het

Sluiten