Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wëlk recht heeft de rechter tegen den misdadiger, den gedegenereerden stumper, slecht geboren, slecht opgevoed door slecht gezelschap omgeven, te midden van veel verleng? Alleen dit recht dat hij anders behoort. En dat niet volgens een maatstaf, dien wij hem believen

Zle gg6n; ni6t VOlgens öns lelijk ideaal; maar gens een maatstaf, dien hij in eigen bewustzijn voert want de aktiviteit der Idee is tegelijk de inwendige norm en een andere is er niet. In het bewustzijn des boosdoeners is te gelijk de norm vervat, die hem oordeeltieder mensch heeft de inwendige beoordeelbaarheid. Deze is de quintessens der zedelijke waarde, in alle gedraging aanwezig. 56

En dat in de aktiviteit deze inwendige beoordeeling vervat is, blijkt als Pilatus zijn handen wascht voor e schare, en als Faust na Gretchen verleid te hebben Mefisto veracht, en wanneer een mensch zijn ondeugd poogt goed te maken met een deugd; of wanneer iemand voor anderen en voor zichzelf zijn geweten schoon praat; of in de behoefte om eigen handelingen te rechtvaardigen. Zonder deze gesteldheid bestond geen recht om eemge daad zedelijk te beoordeelen: alleen een juridisch oordeel bleef over.

Bij een juiste ontleding van het feit des gewetens zal ij en, dat dit met een afzonderlijk vermogen, een aparte stem een tweede ik is, dat ons terzijde staat, maar de idealiteit der menschelijke aktie zelve, die zich bij onze gedragingen in het bewustzijn voordoet

Het al of niet anders kunnen heeft dus met de beoordeeling der handelingen niet te doen; de sneeuwlawine die een dorp verwoest, kon niet anders, en wij veroordeelen haar niet, omdat hier geen ideëele faktor de ontspnnggrond der gedraging is; zou hier zedelijk

Sluiten