Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schen spreken, zoo moeten we onze geheele vorige beschouwing van het vrijheidsbegrip opnemen en haar plaats geven in het totaal der levensleer. Wij moeten de grondgedachte der Levensleer aangeven en het verband der vrijwording met deze grondgedachte aanwijzen, en uit dit oogpunt verklaren wat de absolute vrijheid zij, en hoe zij mogelijk is.

De grondwaarheid der levensleer is deze, dat het zedelijk menschenleven een toenemende zelfbewustwording is. Uit dit oogpunt moet men de levensgebeurtenissen en levensverschijnselen begrijpen. Hier is de zin van ons leven onthuld. De geheel zelfbewuste is de volledige mensch. Doch men versta dit wèl: liet is niet een tot-bewustzijn-koming van ons empirisch karakter, wat wij hier bedoelen; maar het is de transcendente realiteit van ons wezen, welke in ons tot bewustzijn komt. Het transcendente Ik (reëele Idee, transcendent subjekt) komt tot bewustzijn van zichzelf in het empirisch menschenleven; en deze toedracht is de geheime zin van al onze levensdaden.

Zoo bestaat deze bewustwording ook niet in vermeerdering van kennis; de encyklopaedische weetrijkdom veler geleerden is daarom nog geen voortgang in zelfbewustwording. Diepte van inzicht is meerder dan deze, en eenvoudige wijsheid overtreft de veelheid des wetens. Wanneer wij de analytische gave bezitten der opmerkzaamheid voor eigen karaktereigenschappen, is in déze zelfkennis het proces van zelfbewustwording nog niet opmerkelijk. Maar wèl zoodra wij den zin en de waarde van dit alles verstaan, namelijk het verband onzer karaktereigenschappen met de Idee, die wij zelf zijn, en die in deze haar fenomenale bestaanswijs heeft; en zoo wij ons zedelijk leven verstaan als een toenemende

Sluiten