Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van de absolute bewustheid zeiden wij, dat zij bestaat, zoodra de tegenstelling van subjekt en objekt in ons zelfbewustzijn overwonnen is. Den oorsprong der religie zagen wij juist in het elan van den menschelijken natuurwil, waar deze in de onvoldaanheid met goedheid en schoonheid aanleiding vindt om boven de tegenstelling van subjekt en objekt te grijpen. Het voorwerp der religie vonden wij in God als mystischen eenheidsgrond, waarin subjekt en objekt niet meer zijn tegengesteld.

Waarin bestaat nu het psychologisch wezen der religie? Immers in de verheffing der ziel tot God. Twee momenten zijn hierin op te merken, 1 het intellektueele, 2 het sentiment. Het eerste is de hoogste bewustheid, hot tweede de hoogste liefde. De religie is een hoogste bewustheid, in hoogste liefde blijkende. Het eigenlijk psychologisch moment der religie is de extase, waaronder wij verstaan de overstijging der beperktheid en het besef der éénheid met God. In de religieuse dankbaarheid en in de religieuse liefde is de extase, die tot vreugdeweenen beweegt en ons de vereeniging aller gescheidenheid geeft te genieten; het frui Deo heeft de extase in, evenals het gebed het hoogste levensmoment is om de extase der dankbaarheid, die alsdan het hart des menschen voert aan het hart Gods. In den laatsten zang van Dan te s Paradiso, evenals in de verzen van Novalis is deze hoogte des levens bereikt; evenzoo in vele apostolische woorden, en zuiverst van al treffen wij deze zielshoogte aan in de woorden van Christus, zelfs in woorden die naar den eersten schijn dezen geestestoestand niet openbaren, doch bij diepere aanvoeling aan ons eigen hart in hun volle heerlijkheid opengaan. Bijv. „ik dank u vader dat gij deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt en hebt ze den kinderkens

Sluiten